Naast de verschillen en overeenkomsten in tweehonderd jaar rouwadverteren geeft Puck Kooi; in Heden Gij, Morgen Ik een gedegen analyse van de trends vanaf eind jaren tachtig. Zowel alle facetten van de rouwadvertentie tot de dankbetuiging, als de rituelen van sterfbed tot graf komen aan de orde.
 |
In de dagelijks verschijnende overlijdensadvertenties komt vaak poëzie voor. Regels van bekende dichters zoals Gerhardt, Bloem, Vasalis, Gezelle. Maar ook van heden-daagse dichters als Kopland, Herzberg en Rawie. Eigen dichterlijke ontboezemingen krijgt de geliefde dode mee van familie en vrienden en van gelegenheidsdichters.
We geven ons bloot in wat we openlijk onder de aandacht brengen én met wat we verhuld omschrijven. Het klinkt velen te hard om te zeggen: 'Johan is dood'. Daarom gebruiken we omschrijvingen zoals: heengaan, inslapen, ontvallen. Het ontroert ons te lezen dat een kind is gestorven op de dag van zijn geboorte. We zijn geschokt als we tussen de regels door kunnen lezen dat Sandra zelf een eind aan haar leven heeft gemaakt.
Ook humor kan een plaatsje krijgen in het rouwbericht: 'Ik heb mijn werkterrein verlegd', 'Ik ben gestopt met roken'.
|