Voor het eerst is er een bloemlezing die deze gehele periode, van 1944 tot aan 2004 bestrijkt. "Een kleine mooie revolutie" werd samengesteld en van een inleiding en bibliografie voorzien door Gerrit Komrij
 |
Toen Geert Lubberhuizen in de oorlogsjaren zijn eerste rijmprenten uitgaf, kon hij niet vermoeden welke sleutelrol zijn uitgeverij zou gaan spelen in het poëzieklimaat van meer dan een halve eeuw. Aanvankelijk gesteund door zijn redacteuren Bert Schierbeek, Adriaan Morriën en Koos Schuur, bouwde De Bezige Bij een fonds op met vele toonaangevende dichters die in de Nederlandse poëzie 'een kleine mooie revolutie' (Lucebert) ontketenden.
De dwarse en vernieuwende dichtkunst van de Vijftigers, die afrekenden met het toenmalige ingeslapen poëzieklimaat ('er is een lyriek die wij afschaffen') stond aan het begin van de carrière van uitgever Geert Lubberhuizen. Vele dichters uit deze stroming vonden onderdak bij De Bezige Bij, vooral op voorspraak van generatiegenoot Bert Schierbeek. In de jaren zestig vond de generatie rond de nul-beweging, met dichters als C.B. Vaandrager, Hans Sleutelaar en Armando onderdak bij de uitgeverij.
Daarna volgde de generatie Hans Faverey, H.H. ter Balkt, Frank Koenegracht, en in de jaren tachtig debuteerden belangrijke dichters als Anneke Brassinga en Tonnus Oosterhoff (beiden recent winnaar van de VSB Poëzie Prijs). De nieuwste generatie dichters wordt door De Bezige Bij vertegenwoordigd met onder meer Jan Baeke, Alfred Schaffer, Mustafa Stitou, Erik Lindner, Ramsey Nasr en Hagar Peeters.
|