 |
Ik heb een overtuiging dat er een groot, een héél groot geheim huist achter de sporadische, verspreide maar indringende en naar omvang spectaculaire tentoonstellingen van Rik Delrue. Het gevoel van permanent verwachten dat er zometeen een punt zal gezet worden achter jaren gestaag opbouwen om plots voor het voldongen feit van de eindbedoeling te staan. En vooral het besef van "Dat ik dat niet meteen heb begrepen."
Ik heb het gevoel altijd opnieuw getuige te mogen zijn van een duidelijke daadstelling. Dit zijn kabouters, kabouters zijn dit of dat en – belangrijk – in deze of gene omgeving brengen ze niet eens iets, maar zijn ze. De kabouters en de beren gaan op stap. Ze hebben furore gemaakt in Gent en Middelkerke, zijn bekleed en beschilderd geworden in Kortrijk en Amsterdam, en prijken nu op metaalsticks en onder glazen stolpen langs het restje Dommel of Binnendieze zoals het kilometertje stadsgracht heet waar de schippers en gidsen van De Groote Stroom op varen.
Ik heb het genoegen gehad die Binnendieze met een medewerker van De Groote Stroom te mogen afvaren. Met een schipper die Den Bosch voelt en een gids die in perfecte gleufjes kon aangeven wat de historische, economische en toeristische aspecten van ‘s –Hertogenbosch toen, nu en straks zijn. In de boot en langs de pittoreske straatjes richting Stadskantoor. In dat historische geheim van een belangrijk (en gelukkig kleinschalig) gebleven stadje zijn de kabouters een soort dubbele referentie. Ze verwijzen naar de bijna mythische kracht van de ‘Gnome’ en ze benadrukken de historische waarde van de grachten in de stad. Misschien zijn ze zelfs een knipoog naar het carnavalkorps dat mysterieus in de boeien geslagen wordt door politiek en geloof.
Ik heb dat stille water in de oude stad van de Hertog van Brabant doen golven tegen gekleurde kabouters, kabouters met plakkaten, literaire opschriften die versneden onleesbaar geworden zijn. Maar de woorden krijgen verlost van het verhaal elk een ruimere uitstraling. Manke golfjes tegen oude walmuren, kloostermuren, gerestaureerde muren, stille wanden en onder mathematische bruggen. De kabouters, de ‘Plezante Mannekes’ voelen zich er veilig, al verdwijnen ze af en toe in de kast van een verzamelaar. Maar ook daar zullen ze ‘zijn’ en nooit echt aan iemand toebehoren. Ze zijn klein en slim. We meten hen te weinig intellect aan.
Ik heb hen geapprecieerd. Tegenaan, in en net boven dat oude water van ’s-Hertogenbosch. Tot 31 oktober 2004.
|