Over Patrick Pottier hebben we al een paar keer mogen berichten. Je vindt besprekingen elders in N.O.T. In essentie zijn er geen grote verschuivingen in zijn werk vast te stellen. Of ’t is de steeds verder doorgevoerde technische bekwaming die overhelt naar de digitale bewerking en digitale opname. Ik heb daar geen enkel probleem mee. In tegendeel. De digitale registratie van een origineel object is evenzeer het vastleggen van een moment als de klik van een fototoestel. Dat staat haaks op de reproductietechniek van Mutoh zoals gepresenteerd in Box38, waar een al bestaand kunstwerk digitaal overgenomen en vergroot wordt.
Patrick Pottier noem ik graag een objectieffotograaf. Daarmee bedoel ik dat de techniek van de lenzen het uiteindelijke beeld zal bepalen. Positief bepalen, want door het verruimen van het perspectief creëert hij een decor waarin de vergrootte horizon het centrale thema benadrukt maar evenzeer isoleert in een wereld waar de natuur alleen de grens van het objectief kent.
Dat centrale punt is in de meeste gevallen een vuurtoren als baken van weemoed of hoop. Van vertrek en aankomst. Maar is ook een verticale aanwezigheid in de spanning van een schiereiland, een kaap of een klip. Zelfs wanneer hij –uiteraard met zijn charmante dame - Deense of Schotse kusten afrijdt en typische huizen of architecturale tegenstellingen ontmoet, blijft hij zoeken naar een gepast en zelden pijnlijk evenwicht tussen lijnen die spelen met het tijdelijk perspectief. Je komt dus altijd van een bevredigende culturele en fotografisch artistieke reis terug bij een expositie van Patrick Pottier. Dat en zoveel meer kon zijn goede vriend en zelf begenadigd fotograaf Valère Prinzie op de vernissage zeggen.
Op de website van Patrick Pottier staan landkaarten vol vuurtorens. De ene klassiek wit/zwart met de gekende vervreemding. De andere vuurtoren wordt fotografisch ontdekt door drie invalshoeken tegenover en bij elkaar te plaatsen. Zoek ze eens op.
|