Met het Europees voetbalkampioenschap in Portugal is de voetbalgekte weer losgebarsten. Nederland laat zich weer horen ondanks de ploeg, volgens kienners, ondermaats speelt. Nederland heeft ook een voetballiedtraditie waaraan vele artiesten uit diverse genres graag hun steentje bijdragen. Paul Groenendijk & Jimmy Tigges geven met “Het lied van Oranje” een mooie geschiedkundige schets over deze liedtraditie die met “We gaan naar Rome” in 1934 begon.
 |
“Hup! Holland, hup! Laat de leeuw niet in zijn hempie staan” (1948) wordt nog bij elke match gezongen. In dit boek leren wij dat dit door iedereen gekende lied niet het oudste voetballied in Nederland is en het zal zeker ook niet de laatste Oranjehit zijn.
Paul Groenendijk & Jimmy Tigges geven een interessant overzicht over de liedcultuur bij het voetbal. In 17 hoofdstukken geven ze een bondig overzicht en schetsen ze met achtergrond informatie het ontstaan van het lied en zijn vertolkers.
Uit alle genres van de muziekbusiness heeft men op het voetbal geparticipeerd en heeft men positieve maar ook negatieve liedjes geschreven. Vaak werd zelfs een lied voor het begin van een tornooi geschreven en achter de hand gehouden. Wat maakt dat ook veel opnamen in de prullenmand moesten omdat ze met de realiteit niet klopten.
Naast de achtergrond informatie en de vermelding van verschillende teksten geeft de discografie een goed overzicht van het aantal liedjes die ooit werden geschreven. Ook het naamregister brengt de lezer aanstonds bij de schrijvers, vertolkers en eventueel componisten.
Bij het boek is ook een CD met 4 liedjes allemaal gebaseerd op het Wilhelmus of het nationale volkslied.
Het lezen van “Het lied van Oranje”, is een blije verpozing tussen de saaie matchen.
|