Meer dan een halve eeuw hebben de brieven die Eli Asser en zijn vrouw Eefje elkaar schreven vanuit hun onderduikadressen onaangeroerd en ver weggestopt een ongelezen bestaan geleid. Na Eefjes dood, in 2002, is Eli Asser ze pas weer gaan lezen. Hij herontdekte in de brieven twee verliefde, jonge mensen in een dreigende wereld. Zij doen verslag van de onzekerheden, het verdriet en de pijn, maar ook van hoop, verliefdheid en een grenzeloos geluksgevoel dat wordt opgeroepen door het lezen van elkaars brieven.
 |
Voordat Eli en Eefje onderdoken werkten zij als verplegend personeel in de joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch. De novelle, die schrijnend beschrijft wat daar in de oorlog is gebeurd, volgt in deze prachtige uitgave de brieven, zodat deze nog beter in perspectief geplaatst worden.
Ten slotte geeft Eli Asser in zijn inleiding een zeer persoonlijk commentaar, waardoor hij een brug slaat naar een nog altijd levend verleden.
Het boek bestaat uit drie delen waarvan het eerste in feite de inleiding is en motiveert waarom het boek met de brieven is ontstaan.
Eli Asser (1922) is schrijver van talloze teksten voor krant, televisie, radio en toneel. Daarnaast zijn er twaalf boeken van zijn hand verschenen. In 1997 is hij benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. Hij won in 1970 de TeleVizier-Ring en heeft in de loop der jaren tal van onderscheidingen gekregen.
|