Wat neemt een muzikant nu eigenlijk mee als hij vertrekt ?
Een tandenborstel, ja, maar ook heel veel muziekinstrumenten.
Tenminste, zoveel hij er kan dragen.
Twee simpele muzikanten worden echte virtuoze avonturiers van zodra ze de poort achter zich hebben dicht getrokken. Op zoek naar rijkdom en succes veroveren ze gebieden door hun slagkracht op gitaren en mandolines. Op pipes en hoorns blazen ze alle steden van de kaart, accordeongewijs trekken ze verder van noord naar zuid, langs wegen, over het water, ja zelfs door de lucht.
Vertoevend in het aards paradijs, ziek van heimwee, wordt hen al gauw duidelijk dat rijkdom en succes eerder dicht bij huis te vinden zijn.
Onder luid trompetgeschal klieft hun vliegtuig door de blauwe lucht. Paniek ! in de tower. Tango’s, cajun-polka’s, walsjes en flamenco’s ontploffen tussen sterren en kometen.
‘Twinkle Twinkle Little Star’ klinkt het uit de zwarte doos.
Instrumenten
contrabas, viool, fluit, trombone, elektrische gitaar, gitaar, Schotse doedelzak, toeterix, mandoline, bandoneon/concertina, mondharmonica, mando-bike.
(vzw Ottorongo in coproductie met C.C. De Werft in Geel en C.C. Ter Rivieren in Deurne)
|