BuidelPraat
 
   ../ agenda / theater / voorstelling
Peer Gynt in Vooruit Gent
Busreis vanuit Middelkerke op vrijdag 27 februari 2004
Peer Gynt is een van Ibsens bekendste stukken, niet in het minst door de muzikale bewerking van Edvard Grieg. Stefan Perceval bewerkt het stuk tot het conflict van Peer Gynt met de hem omringende hedendaagse wereld. Met muziek van Galacticamendum. Busreis + voorstelling 10 euro reserveren bij de Middelkerkse Cultuurdienst 059/319553

Peer Gynt is een fantast die zijn hart achterna loopt van de Scandinavische bergen naar de hitte van Marokko, een dromer die beweert dat hij koning en keizer gaat worden, maar ondertussen roept om zijn moeder. In Stefan Percevals bewerking wordt het stuk van Ibsen één lang fysiek gedicht over de kleine jongen in de held die niet volwassen wil worden.

Peer Gynt is een van Ibsens bekendste stukken, niet in het minst door de muzikale bewerking van Edvard Grieg. Het is een dramatisch gedicht waarin een held doorheen verschillende fasen van zijn leven gevolgd wordt. Peer Gynt werd een complex werk, met uiteenlopende taferelen, een mengeling van sprookjeselementen, satire en drama.
Stefan Perceval bewerkt het stuk tot het conflict van Peer Gynt met de hem omringende hedendaagse wereld.

Stefan Perceval, acteur, auteur en regisseur, is vast verbonden aan Het Toneelhuis en regisseert er met Peer Gynt zijn vijfde productie. Hij ensceneerde eerder Norèns Nacht, de moeder van de dag en Sweet Bird van Tenessee Williams. Vorig seizoen tekende hij voor de regie van Lits Jumeaux, een toneeltekst van Paul Mennes. Hij regisseerde en schreef ook Canal Albert, dat vorig seizoen in première ging en nu wordt hernomen.

Spel
Jan Bijvoet, Benny Claesssens, Tom Dewispelaere, Ruud Gielens, Johan Knuts en Inge Paulussen

Regie Stefan Perceval
Auteur Stefan Perceval (naar Henrik Ibsen)
Dramaturgie Jan Van Dyck
Muziek Tania Gallagher en Bart Demey (Galacticamendum)
Kostuums Tamara Van Schaeren
Decor Jan Strobbe
Productie Het Toneelhuis


Interview met Jan Bijvoet en Jan Strobbe

“het moet vooruitgaan, geen gezever”

Stefan Perceval bewerkte Henrik Ibsens Peer Gynt, zag Jan Bijvoet in de rol van fantast en vroeg Jan Strobbe een gepast decor te verzinnen. Aangezien die laatste met (veel) water kwam aandraven, mag Bijvoet zich straks een voorstelling lang baden. “Of ik uit de kleren ga, zien we nog wel”, zegt hij ferm. “Naakt mag nooit geforceerd zijn, maar je moet ook niet ongepast preuts zijn. Je moet jezelf durven blootgeven.”

Stond Peer Gynt in jullie Top 5 van antihelden of dook hij onverwachts op?
Jan B. – Totdat Stefan me aan boord vroeg, had ik nooit aan Peer Gynt gedacht. Zelfs toen ik het origineel ging lezen, was ik niet meteen verkocht. Wat een draak! Maar toen zijn hand in het verhaal duidelijk werd en er een geweldige groep mensen werd samengesteld, ben ik stilaan verliefd geworden op Peer.
Jan S. – Peer Gynt kende ik enkel via Griegs muziek en van Ibsen kende ik Hedda Gabler, omdat ik er ooit een decortje voor ontwierp. Het origineel bleek inderdaad een hel, maar gaandeweg ontwaarde ik er Stefans klemtonen in, zoals de dood en de ontgoocheling tegenover Peers misplaatst optimisme.

Wat maakt deze vrijbuiter, megalomaan, outcast zo interessant?
Jan B. – Een outcast is altijd interessant. Al was het maar omdat hij in geen enkele cultuur, westerse of oosterse, getolereerd wordt. Of hij is een zot, of hij is dom en labiel, maar nergens mag hij in de maatschappij. Dat universele is heel fascinerend. Waarom moet je dood of opgesloten omdat je een eigenaardige relatie hebt met je moeder? Boeiend, maar je moet de outcast wel naar het nu vertalen. Het heeft geen zin om nog de originele, integrale versie van Peer te spelen, nu we een snelheid à la Quentin Tarantino gewend zijn. Onze kijk- en luistercultuur is sterk geëvolueerd.

Leve het minimalisme?
Jan B. – Als je anno 2004 tien zinnen verspilt aan iets wat in één zin kan, moet je daar een verdomd goede reden voor hebben. Het is zoals in film, waar je niet langer een tussenshot nodig hebt om iemand vanuit zijn zetel naar de deur te laten gaan. Kijkers lijmen zelf wel de scherven. Zelfs Oliver Stone verzet lukraak mensen en laat anachronismen toe. Het moet vooruitgaan. Geen gezever.
Jan S. – In Dogville laat Lars von Trier het hele decor gewoon weg. Het plan van het stadje waar zich alles afspeelt, is op een plateau geschilderd waarin de acteurs spelen. Meer hebben we niet meer nodig.
Jan B. - Het komt erop aan de voor ons interessantste interpretaties te laten bovendrijven. De moeder-zoonrelatie, bijvoorbeeld.

Wat is dat toch met moeders en hun zonen?
Jan B. - Ik ben vader van een dochter, zoon van een moeder. Wanneer mijn dochter na een middag bij oma thuiskomt, ruikt zij soms naar haar, wat bij mij hetzelfde gevoel oproept dat ik had toen mijn moeder me als kind omarmde. Beide relaties zijn speciaal, doch niet altijd uitlegbaar. Daarover gaat Peer.
Jan S. - Ach, je kunt over je relatie met je moeder een boek schrijven, maar je kijk op Peers relatie tot zijn moeder blijft natuurlijk evolueren. De miserie is dat het decorontwerp nog voor de eerste repetitie af moet. Je moet dus intuïtief aftasten welk decor het spel kan ondersteunen en toch nog vrij laten. Met die zoektocht ga ik slapen en sta ik op. Totdat ik het juiste beeld heb gevonden.

En in dit geval is dat…?
Jan S. - Een sober decor, omdat het verhaal zo complex is. Maar wel in die fantastische sprookjessfeer waarbinnen alles kan gebeuren. Elke interpretatie moet erin overeind blijven.
Jan B. - Het is een prachtig, monumentaal decor.
Jan S. - Vol water, omdat in het oorspronkelijke stuk de natuur erg dominant is. En het verwijst tevens naar de 75 procent water waaruit de wereld bestaat en het is ook een spiegel waarin Peer zijn reflectie ziet. Een voetstap volstaat om de grens tussen fantasie en realiteit te vervagen. Het symboliseert hoe hij zichzelf ziet in tegenstelling tot hoe anderen hem zien.
Jan B. - Water is een van de natuurelementen: de eeuwige stroom, het leven. Je kunt niet zonder. Existentiële dingen staan goed in het theater. Stel je dus maar een gigantisch wateroppervlak voor.

Een zwembad?
Jan S. - De acteurs gaan me nog verwensen, want warm zullen ze het niet krijgen, als ze de hele voorstelling in het water blijven staan.

In recensies wordt aan het decor veelal één zin besteed, hoe overweldigend mooi of lelijk het wel niet is. Steekt dat?
Jan S. - Goh, neen. Als ik daaraan zou tillen, was ik wel acteur geworden (lacht). Het belangrijkste vind ik dat het decor de voorstelling mooi tot uiting laat komen. Meer nog, als een recensie voor een derde over het decor gaat, is dat flatterend, maar dan klopt er iets niet.
Jan B. - Recensenten schrijven over wat in het oog springt. Als ze het enkel over de regie hebben, is die dwangmatig en als ze het spel van Bijvoet benadrukken, is dat omdat ze mij of heel goed of heel slecht vonden.
Jan S. - Ik kan goed kritiek hebben, zolang ze maar goed beargumenteerd is. Dan kan ik eruit leren.
Jan B. - Je hebt meer aan een scherpe, onderbouwde kritiek dan aan een oppervlakkige lofbetuiging waarbij de essentie niet begrepen werd. Tegenwoordig recenseren veel mensen te kort en zijn er te weinig oude rotten die het landschap al geruime tijd volgen. Het is goed dat er jonge, onwetende honden impulsief zeggen wat ze van een stuk vinden, maar dan moet het ook duidelijk zijn dat het jonge, onwetende honden zijn.

Het theater is een kleine wereld. Jullie komen elkaar voortdurend tegen. Gezellig, veilig, vervelend, benauwend?
Jan B. - Veilig is oninteressant. Wie om die reden in het theater blijft, moet eens goed nadenken. Gezellig, jawel, maar elkaar beter leren kennen is vooral interessant en productief. Zaak is wel af en toe eens je zinnen te verzetten, nog voor het te veel wordt. Maar niemand houdt ons geketend.
Jan S. - In een theatergroep werken is net een bijzonder boeiende uitdaging omdat alles staat of valt met de ander.
Jan B. - Je vormt een gezelschap omdat je met elkaar wilt werken, met die premisse dat je ook elders je licht mag opsteken. Dat is verrijkend. Benauwend is het wanneer het systeem rigide is, maar wij kiezen elkaar omdat we qua fantasie en mentaliteit samen de vertelling willen doen. Met een regisseur die de aparte vrijheden weet te kanaliseren, zodat iedereen zich als een vis in het water voelt.
Jan S. - Letterlijk deze keer.

De rol van Peers geliefde, Solvegj, is voor Benny Claessens. Waarom een man?
Jan B. - Stefan wilde maar één vrouw in de voorstelling, de zijne (lacht). Hij vond dat de chemie overheersend mannelijk moest zijn en dat er maar één echte vrouw in het spel mocht. Ach, elke man is een beetje vrouwelijk en Benny, onze rijzende ster, gaat Solvegj schitterend vertolken. Het zal niet moeilijk zijn mijn geliefde in hem te zien. Voorts geeft die keuze een zekere lichtheid aan het spel. Je zet meteen de conventie neer dat het om theater gaat. Grappig is dat.

Citaat uit het script: “De menselijke wijsheid zegt ‘zichzelf’ te zijn. Hier bij ons zeggen we: ‘wees u zelf… genoeg!’.” Verstaan jullie dat?
Jan B. - ‘Wees uzelf’ is een dooddoener. Als Peer zichzelf kon zijn, zou hij aanvaard worden. Vandaar dat de trollenkoning er relativerend ‘genoeg’ aan toevoegt. Je moet steevast compromitteren, in zekere mate opportuun zijn om te overleven.
Jan S. - Vandaar ook het wateroppervlak. In de waterspiegel word je voortdurend met jezelf geconfronteerd.
Jan B. - Als je er idealiter van uitgaat dat er nooit een rimpeling in het water komt, zou je jezelf kunnen zien. Maar omdat het water nooit stil is, kun je nooit rimpelloos naar jezelf kijken. Je kunt enkel proberen genoeg te zien. Afijn, zo versta ik het vandaag, maar morgen zie ik het misschien weer anders.
(Jelle van Riet)


interview met Stefan Perceval
De kleine jongen in de held

Eind januari gaat Peer Gynt van Henrik Ibsen in première. Een heldendicht van een eenzame idealist die in een sprookjeswereld belaagd wordt door de verwachtingen des levens. Regisseur Stefan Perceval ziet de wereld van Peer Gynt vooral als leegte: een eenzame dromer en zijn ideeënwereld. Of het gevecht met stemmen in je hoofd.

Anne Wislez


Peer Gynt is een heldenepos in een sprookjessfeer, met kobolten, groene vrouwen en trollen, al vaker opgevoerd met grote casts, grootse decors, toeters en bellen. Hoe zie jij het?
“In het begin dacht ik ook: ik ga er een sprookje van maken. Maar gaandeweg realiseerde ik me: dat interesseert me niet. Wat me interesseert, is de leegte, de kaalheid. Het gaat om de figuur van Peer Gynt en zijn entourage. Zij zijn permanent op de scène, als een soort cocon rond hem. En toch wil ik de diepere betekenissen, de symboliek die Ibsen erin gelegd heeft door met sprookjesfiguren te werken, ook meegeven. Zo staan de trollen in het verhaal bijvoorbeeld symbool voor zijn hart. Vroeger werden die trollen letterlijk gespeeld, maar werd er eigenlijk niets gedaan met de diepere betekenis ervan. Dat wil ik nu wel doen. Ik wil dat de mensen die rond hem zitten en die – om zo te zeggen – de teksten van de trollen brengen, op een bepaalde manier duidelijk maken dat dit stuk zich ‘in zijn hart’ afspeelt. Ik heb ook de tekst verwerkt. De bestaande vertalingen zijn vrij braaf en klassiek. Ik heb de taal vuiler gemaakt, groffer.”

Een kleine bezetting
“Ja, wij spelen maar met zes acteurs. Ik heb veel personages laten wegvallen; ze worden door één persoon gesymboliseerd. Geen bende trollen dus, maar één figuur die de trollenkoning moet voorstellen. Tenminste, Peer Gynt bestempelt ze zo: jij bent de trollenkoning, jij! Eigenlijk is het stuk van Ibsen één lang gedicht, uitgesproken door zijn hoofdpersonage. Je krijgt het gevoel dat de andere personages er een beetje bijgehaald zijn om dialogen te kunnen creëren.”

Zijn het stukken van hemzelf? Stemmen in zijn hoofd?
“Zo zou je het kunnen zeggen, ja. Of stemmen die als het ware bij hem in de praatgroep zitten. Er is één iemand in zijn entourage die hem altijd rechtstreeks aanspreekt: wat is ’t, zijde zat? Wie zijde gij eigenlijk? Hebde schrik? Denkt ge dat ge uzelf nu hebt gevonden? Je zou het de psychiater kunnen noemen. Verder zie je hem alleen maar ouder worden. Zeg maar, in een soort van gesticht in Roemenië. Het heeft iets tragisch, ja. Een leuk verhaal is ’t niet. In mijn bewerking is Peer Gynt een fantast, een dromer. Hij leeft in een wereld van koningen en kastelen. Hij wil de wereld gaan veroveren. Ik ga koning worden! En keizer! Maar ondertussen roept hij om zijn moeder. Het is de kleine jongen in de held, die man die niet volwassen wil worden. Voor mij gaat dit stuk vooral over Peer Gynt die op zoek is naar warmte en liefde.”

Het stuk vertelt zijn leven tot zijn oude dag. Als hij volwassen is, lijkt hij het toch gemaakt te hebben. Hij draait mee in de zakenwereld.
“Hij verdient geld, maar weer: in zijn wereld. Ik zie het als een fictieve wereld. Voor mij is het een soort ‘Truman Show’: zijn entourage doet gewoon mee. Laten we nu even allemaal doen alsof hij Keizer Peer Gynt is. Maar ondertussen zitten ze achter zijn rug te klappen. Dat voelt hij ook. Hij is een beetje paranoïde. Hij hoort stemmen. Ze gaan hem in twee snijden! En ze zullen hem niet te pakken krijgen!”

Wat vind je aantrekkelijk aan die dromerij? De naïviteit?
“Ik vind het mooi dat hij maar doorgaat en doorgaat en er zelf zo in gelooft. Maar dat is slechts voor een paar dromers onder ons weggelegd. Mensen zeggen dat er hoop moet zijn in het theater – en misschien geloof ik daar ook wel in – maar zelf heb ik ontdekt dat de wereld idealen eigenlijk dom vindt. De wereld verwacht alleen maar dat je geld verdient, dat je meedraait.”

Is de waanwereld van Gynt ook niet een beetje pathetisch? Want hij krijgt klappen en valt en roept om zijn moeder…
“Hij is zeker niet de bewonderenswaardige idealist. Als je niet wil meedoen met de rest, dan beland je in de marginaliteit. Als je een eigen idee hebt en daarin wil doorzetten, maar de rest van de wereld volgt je niet, ben je eenzaam. En dan kun je kiezen: of je eigen doel bereiken, wat Peer Gynt doet – in zijn wereld toch. Of meedoen met de hoop en je eigen idealen loslaten. Ik denk dat het een universeel thema is: dat mensen hun dromen opzij moeten zetten om iets te bereiken, wat uiteindelijk niet is wat ze willen bereiken.”

(overgenomen site Het Toneelhuis)



Henrik Ibsen (1828-1906)
leven
Henrik Ibsen werd op 20 maart 1828 geboren in het kleine Noorse kuststadje Skien. Zijn vader was een succesvol zakenman, maar in 1834 ging zijn zaak zo goed als failliet en werd de familie gedwongen om uit de stad te verhuizen. De plotse armoede van het gezin verstoorde de opvoeding van de jonge Ibsen en bezorgde hem al op heel jonge leeftijd een fundamenteel wantrouwen in de maatschappij.
Op zijn vijftiende ging Henrik in de leer bij een apotheker in Grimstad. In zijn vrije tijd bereidde hij zich voor op zijn universitaire studies. In 1850 verhuisde de jonge Ibsen naar Kristiania (het huidige Oslo) waar hij voor dokter wilde gaan studeren. Eerst volgde hij enkele voorbereidende cursussen, en ondertussen verdiende hij zijn brood als free-lance journalist. Toen hij niet slaagde in het toelatingsexamen, vond hij een job als dramaturg bij een pas opgericht theater in Bergen.
Noorwegen was al eeuwenlang een deel van het Deense rijk, en hoewel sinds 1814 de Zweden de macht in handen hadden, duurde de feitelijke Deense dominantie zeker op cultureel gebied voort. Voor het theater had dit tot gevolg dat alle acteurs Denen waren en ook in het Deens speelden. Het nieuwe theater in Bergen was één van de pogingen om tegen de Deense overmacht in te gaan door de Noorse cultuur nieuw leven in te blazen. In dit klimaat van culturele heropleving ontstond ook het werk van Edvard Munch, Knut Hamsun en Edvard Grieg.
Ibsen werd de huisauteur van het Bergense gezelschap en putte vaak uit de middeleeuwse geschiedenis van zijn land, uit legenden en sagen. Tijdens deze jaren leerde hij de mogelijkheden van het theater kennen, en door een studiereis naar Denemarken en Duitsland kwam hij in contact met de theaterpraktijk in het buitenland. In 1857 stapte hij over naar het theater in Kristiania, waar hij artistiek directeur werd. Hij boekte af en toe succes met zijn stukken, maar de verhoopte grote doorbraak bleef uit. In 1858 trouwde hij met Suzannah Thoresen, die een jaar later beviel van hun enige kind Sigurd.
In 1863 kende de regering Ibsen een beurs toe om naar Rome te gaan. Een studiereis naar Italië werd als een onontbeerlijke stap in de culturele vorming van kunstenaars beschouwd. De confrontatie met het rijke kunstpatrimonium en met het leven in een geheel ander klimaat bracht inderdaad een grote ommekeer teweeg in zowel leven als werk van Henrik Ibsen.
Vanaf 1864 verbleef Ibsen met zijn gezin voornamelijk in Italië en Duitsland, en op twee korte bezoeken na zou het 27 jaar duren vooraleer hij naar zijn vaderland terugkeerde. De financiële situatie van de familie Ibsen bleef uiterst penibel. In de eerste vier jaar van zijn verblijf in Italië was de schrijver echter uiterst productief en schreef hij twee stukken die voor zijn doorbraak zorgden en hem van zijn geldzorgen verlosten: Brand en Peer Gynt. Door het succes van deze twee stukken werd Ibsen steeds meer beschouwd als de dichter des vaderlands. Zijn reputatie verspreidde zich stilaan over de rest van Europa.
In 1891 keerde de schrijver terug naar Noorwegen, waar hij zijn werk verder zette tot hij in 1900 geveld werd door een beroerte. Henrik Ibsen stierf in Kristiania op 23 mei 1906. Hij wordt vandaag de dag nog steeds beschouwd als één van de grootste theaterauteurs van zijn tijd.

werk
Henrik Ibsen wordt beschouwd als één van de grondleggers van het moderne drama. Hij legde in zijn stukken altijd meer de nadruk op personages en karakters dan op situaties en hij ontmaskerde de mythe van de romantische held. Eén van de centrale thema’s in zijn werk is de worsteling van het individu met zichzelf, en de plicht die ieder voor zich moet zien te vervullen, ongeacht wat de maatschappij daarvan denkt. In zijn werk valt steeds een onderliggend gevoel van wanhoop te bespeuren. Ibsen portretteerde mensen die constant in conflict leven met zichzelf en beseffen dat ze iets anders verwachten van het leven dan datgene wat ze tot hiertoe bereikt hebben.
Ibsen was een zeer productief schrijver. Zijn werk kan opgedeeld worden in drie periodes:
- de periode tot 1877, waarin hij o.a. de drie ‘dramatische gedichten’ Brand, Keizer en Galileër en Peer Gynt schreef, eindigend met het verschijnen van De Steunpilaren van de Maatschappij.
- de tweede periode, waarin hij vooral drama’s schreef die protesteerden tegen de ideeën van de burgerlijke maatschappij, zoals Een Poppenhuis, Spoken, De Wilde Eend en Hedda Gabler.
- De laatste periode, waarin hij vooral symbolische stukken als Bouwmeester Solness en Als Wij Doden Ontwaken schreef.

Ibsens vroegste werk wordt gekenmerkt door een wilde, epische schrijfstijl met nog veel mystieke en romantische verwijzingen. De hoofdpersonages zijn rebellen, op zoek naar de waarheid die altijd ongrijpbaar blijkt te zijn. In Brand (1866) toonde Ibsen een priester die consequent en onvoorwaardelijk zijn geloof volgt en trouw is aan zijn morele plicht. In de gehoorzaamheid aan zijn roeping ontziet hij niemand. Met Peer Gynt (1867) creëerde Ibsen de natuurlijke tegenpool van de ascetische vastberaden idealist Brand: een richtingloze fantast die op moreel gebied volledig stuurloos lijkt. In deze dualiteit schuilt de tragiek van de moderne mens: het voortdurend gevecht tussen vasthouden aan een ideaal en het vrijblijvend en richtingloos dromen.
Tijdens de tweede periode neemt Ibsen meer afstand van de romantiek en de mystiek. Hij zal nu echt de nadruk leggen op de problemen van de mens in de moderne maatschappij. Hij schrijft realistische drama’s waarin hij zijn radicale standpunten over de burgerlijke samenleving duidelijk maakt. Realisme, symbolisme en psychologische diepgang kenmerken deze stukken. Een Poppenhuis (1879) was een sociaal drama over het huwelijk, waarin een vrouw weigert haar echtgenoot te gehoorzamen, en vlucht uit haar schijnbaar perfecte leventje. Spoken (1881) bekritiseert het principe van het erfrecht en schildert sociale conventies af als vernietigend voor het geluk. En in Hedda Gabler 1890) portretteert Ibsen een neurotische vrouw, die zelfmoord verkiest boven onderwerping aan een man.
Aan het eind van zijn carrière keert de schrijver terug naar de mystieke thema’s uit zijn jeugd, getemperd door de klassieke invloed van zijn middelste periode. Verbitterd door het gebrek aan positieve kritiek op zijn stukken schrijft hij Bouwmeester Solness (1891), een ontroerend portret van een architect op leeftijd die zijn dromen opgeeft omdat de maatschappij rondom hem zijn kunstwerken niet apprecieert. In 1899 schrijft Henrik Ibsen zijn allerlaatste werk Als Wij Doden Ontwaken. Hierin reflecteert de schrijver over het leven van de artiest. Hij vertelt het verhaal van een wereldberoemde beeldhouwer die na vele jaren in het buitenland terugkeert naar Noorwegen. Daar komt hij tot het besef dat hij, ondanks al de roem en het succes, nooit geluk heeft gekend. Hij heeft alles opgeofferd voor de kunst. Hij heeft al zijn

idealen en de liefde van zijn leven opgegeven. Uiteindelijk moet hij toegeven dat hij eigenlijk de kunst verraden heeft door deze essentiële dingen te negeren. In Als Wij Doden Ontwaken bekritiseert Ibsen het egocentrisme van de kunstenaar, en daarbij ook zichzelf.
Het is deze sombere levensvisie die de stukken van Ibsen karakteriseert. Als rode draad door zijn werk loopt het gevoel van gemiste idealen en verloren kansen. Zijn personages worstelen met het leven en hebben steeds het gevoel dat er een andere weg mogelijk is.
‘Mijn belangrijkste doel is geweest om mensen te beschrijven, menselijke gevoelens en menselijke lotsbeschikkingen, op basis van bepaalde overheersende sociale condities en percepties.’ (Henrik Ibsen)


Peer Gynt
verhaal en thematiek
Peer Gynt werd in 1867 door Ibsen geschreven als een dramatisch gedicht dat eigenlijk niet bestemd was om opgevoerd te worden. Het is een stuk met gigantisch veel personages en onwaarschijnlijke plotwendingen dat zich afspeelt op tientallen verschillende locaties. En toch is de tekst in de voorbije eeuw al honderden malen opgevoerd geweest en is de figuur Peer Gynt uitgegroeid tot één van de bekendste personages van Ibsen. Vele mensen kennen de figuur Peer Gynt vooral dankzij de muziek die Edvard Grieg in 1877 op verzoek van Ibsen voor de voorstelling componeerde. De muziek viel destijds echter niet in de smaak. Ibsen kon hem niet appreciëren, net als het merendeel van het toenmalige Noorse publiek.
Zowel Brand als Peer Gynt werden door Ibsen geschreven vanuit zijn problematische verhouding met zijn vaderland. Politieke ontwikkelingen in 1864 hadden hem zijn geloof in de toekomst van Noorwegen doen verliezen. Hij begon zelfs te twijfelen aan het historische bestaansrecht van zijn land. In Peer Gynt wordt het nationale identiteitsprobleem vertaald naar een probleem van individuele integriteit. Volgens Ibsen kon een natie enkel groeien door middel van individuele wilskracht. Peer Gynt is een historisch Noors folklorefiguur, een luie, zelfgenoegzame boerenzoon die er bewust voor kiest zich niet aan te passen aan de maatschappij en te rebelleren tegen de heersende conventies. Ibsen pleit voor anarchistisch individualisme en vindt dat ieder mens zijn leven in vraag moet stellen, los van alle maatschappelijke normen en wetten. Ook al leiden radicale keuzes soms tot gemiste kansen en foute beslissingen, zoals in het geval van Peer Gynt, die aan het eind van zijn avontuur vast stelt dat zijn leven waardeloos is geweest.

het verhaal
Het verhaal van Peer Gynt valt niet in een paar zinnen samen te vatten, maar je zou het kunnen omschrijven als de zoektocht van een eigenwijze jongeman naar zichzelf. Peer Gynt woont samen met zijn moeder Aase in een oude hoeve. Hij is de zondebok van het dorp, die altijd in de problemen geraakt en opschudding veroorzaakt. Hij leeft in zijn eigen fantasiewereld en vertelt heel de tijd leugens en verhalen, zelfs aan zijn eigen moeder. Op een dag woont hij een bruiloft bij in het dorp. Daar ontmoet hij Solveig en wordt verliefd op haar. Hij gaat er echter vandoor met de bruid, die hij later alleen achterlaat in het bos. Heel het dorp is razend op Peer en hij moet op de vlucht slaan.
Tijdens zijn zwerftocht beleeft hij de wildste avonturen. Hij verleidt de dochter van de trollenkoning, laat haar daarna in de steek en krijgt het aan de stok met haar vader. Wanneer hij een hut wil bouwen in de bergen komt Solveig naar hem toe. Zij heeft alles opgegeven en wil bij Peer komen wonen. Maar ook de dochter van de trollenkoning komt hem opeisen en Peer vlucht wederom weg.Voor hij het land uitvlucht bezoekt hij nog één keer zijn oude, zieke moeder. Hij troost haar op haar doodsbed door prachtige verhalen te verzinnen.
Tientallen jaren gaan voorbij en Peer reist naar Marokko, waar hij een slavenhandelaar wordt. Hij verdient veel geld en verliest het ook weer. Hij dwaalt door de woestijn en komt in Caïro in een gekkenhuis terecht. Na vele jaren besluit hij naar Noorwegen terug te keren. Zijn schip vergaat en Peer redt zichzelf door een andere passagier te verdrinken. Oud en verbitterd na zijn vruchteloze reis komt Peer terug thuis aan. Daar heeft Solveig al die jaren op hem gewacht. Uiteindelijk vindt hij zijn bestaansreden bij de vrouw die van hem houdt en sterft in haar armen.

de bewerking van Stefan Perceval
tekst
Peer Gynt is een fantast die zijn hart achterna loopt van de Scandinavische bergen naar de hitte van Marokko, een dromer die beweert dat hij koning en keizer gaat worden maar ondertussen roept op zijn moeder. In Stefan Percevals bewerking wordt het stuk van Ibsen één lang gedicht over de kleine jongen in de held die niet volwassen wil worden. Perceval heeft het epos van Ibsen volledig uitgepuurd en ontdaan van alle overbodige ballast. Van de wilde avonturen met trollen en zwerftochten door de woestijn blijft niet veel meer over. Het ondoorgrondelijke werk van Ibsen is omgevormd tot een helder verhaal met enkele duidelijke hoofdlijnen. Van alle personages uit het oorspronkelijke verhaal blijven er nog maar zes over: Peer Gynt en zijn moeder, Solveig en haar vader, een priester en de verloofde van Solveig.
Onderstaand interview met Stefan Perceval uit de Toneelhuisgazet verduidelijkt zijn visie op het stuk:
Peer Gynt van Henrik Ibsen is het heldendicht van een eenzame idealist die in een sprookjeswereld belaagd wordt door de verwachtingen des levens. Regisseur Stefan Perceval ziet de wereld van Peer Gynt vooral als leegte: een eenzame dromer en zijn ideeënwereld. Of het gevecht met stemmen in je hoofd.

Anne Wislez
Peer Gynt is een heldenepos in een sprookjessfeer, met kobolten, groene vrouwen en trollen, al vaker opgevoerd met grote casts, grootse decors, toeters en bellen. Hoe zie jij het?
“In het begin dacht ik ook: ik ga er een sprookje van maken. Maar gaandeweg realiseerde ik me: dat interesseert me niet. Wat me interesseert, is de leegte, de kaalheid. Het gaat om de figuur van Peer Gynt en zijn entourage. Zij zijn permanent op de scène, als een soort cocon rond hem. En toch wil ik de diepere betekenissen, de symboliek die Ibsen erin gelegd heeft door met sprookjesfiguren te werken, ook meegeven. Zo staan de trollen in het verhaal bijvoorbeeld symbool voor zijn hart. Vroeger werden die trollen letterlijk gespeeld, maar werd er eigenlijk niets gedaan met de diepere betekenis ervan. Dat wil ik nu wel doen. Ik wil dat de mensen die rond hem zitten en die – om zo te zeggen – de teksten van de trollen brengen, op een bepaalde manier duidelijk maken dat dit stuk zich ‘in zijn hart’ afspeelt. Ik heb ook de tekst verwerkt. De bestaande vertalingen zijn vrij braaf en klassiek. Ik heb de taal vuiler gemaakt, groffer.”
Je hebt de oorspronkelijke bezetting gereduceerd tot een kleine groep.
“Ja, wij spelen maar met zes acteurs. Ik heb veel personages laten wegvallen; ze worden door één persoon gesymboliseerd. Geen bende trollen dus, maar één figuur die de trollenkoning moet voorstellen. Tenminste, Peer Gynt bestempelt ze zo: jij bent de trollenkoning, jij! Eigenlijk is het stuk van Ibsen één lang gedicht, uitgesproken door zijn hoofdpersonage. Je krijgt het gevoel dat de andere personages er een beetje bijgehaald zijn om dialogen te kunnen creëren.”

Zijn het stukken van hemzelf? Stemmen in zijn hoofd?
“Zo zou je het kunnen zeggen, ja. Of stemmen die als het ware bij hem in de praatgroep zitten. Er is één iemand in zijn entourage die hem altijd rechtstreeks aanspreekt: wat is ’t, zijde zat? Wie zijde gij eigenlijk? Hebde schrik? Denkt ge dat ge uzelf nu hebt gevonden? Je zou het de psychiater kunnen noemen. Verder zie je hem alleen maar ouder worden. Zeg maar, in een soort van gesticht in Roemenië. Het heeft iets tragisch, ja. Een leuk verhaal is ’t niet. In mijn bewerking is Peer Gynt een fantast, een dromer. Hij leeft in een wereld van koningen en kastelen. Hij wil de wereld gaan veroveren. Ik ga koning worden! En keizer! Maar ondertussen roept hij om zijn moeder. Het is de kleine jongen in de held, die man die niet volwassen wil worden. Voor mij gaat dit stuk vooral over Peer Gynt die op zoek is naar warmte en liefde.”
Het stuk vertelt zijn leven tot zijn oude dag. Als hij volwassen is, lijkt hij het toch gemaakt te hebben. Hij draait mee in de zakenwereld.
“Hij verdient geld, maar weer: in zijn wereld. Ik zie het als een fictieve wereld. Voor mij is het een soort ‘Truman Show’: zijn entourage doet gewoon mee. Laten we nu even allemaal doen alsof hij Keizer Peer Gynt is. Maar ondertussen zitten ze achter zijn rug te klappen. Dat voelt hij ook. Hij is een beetje paranoïde. Hij hoort stemmen. Ze gaan hem in twee snijden! En ze zullen hem niet te pakken krijgen!”
Wat vind je aantrekkelijk aan die dromerij? De naïviteit?
“Ik vind het mooi dat hij maar doorgaat en doorgaat en er zelf zo in gelooft. Maar dat is slechts voor een paar dromers onder ons weggelegd. Mensen zeggen dat er hoop moet zijn in het theater – en misschien geloof ik daar ook wel in – maar zelf heb ik ontdekt dat de wereld idealen eigenlijk dom vindt. De wereld verwacht alleen maar dat je geld verdient, dat je meedraait.”
Is de waanwereld van Gynt ook niet een beetje pathetisch? Want hij krijgt klappen en valt en roept om zijn moeder…
“Hij is zeker niet de bewonderenswaardige idealist. Als je niet wil meedoen met de rest, dan beland je in de marginaliteit. Als je een eigen idee hebt en daarin wil doorzetten, maar de rest van de wereld volgt je niet, ben je eenzaam. En dan kun je kiezen: of je eigen doel bereiken, wat Peer Gynt doet – in zijn wereld toch. Of meedoen met de hoop en je eigen idealen loslaten. Ik denk dat het een universeel thema is: dat mensen hun dromen opzij moeten zetten om iets te bereiken, wat uiteindelijk niet is wat ze willen bereiken.”
Dit interview werd afgenomen nog voor de repetities van start waren gegaan. Ondertussen zijn er dmv. improvisaties nieuwe ideeën ontstaan, en heeft de regisseur een groot deel van de oorspronkelijke tekst vervangen door nieuwe teksten. Hij schreef voor alle personages een monoloog, behalve voor Peer Gynt. Hij is de enige die zwijgt, de zonderling, de outcast. De hoofdlijnen bleven echter onveranderd. Perceval wist van bij het begin heel goed welke thema’s in het verhaal hij wilde benadrukken.
De belangrijkste thema’s in de bewerking van Stefan Perceval zijn: de zoon-moeder relatie tussen Peer Gynt en Aase, het huwelijk versus de begrafenis / begin versus einde van het leven, en het thema van de rebelse outcast die zich niet wil aanpassen aan de maatschappij.

moeder versus zoon
Stefan Perceval is altijd gefascineerd geweest door de verhouding tussen moeders en hun zonen. Dit thema komt steeds weer bovendrijven in zijn stukken. Onlangs regisseerde hij in HET PALEIS nog zijn zelf geschreven stuk Hard Hart, over twee broers die reddeloos achter blijven na de dood van hun moeder. En bij Het Toneelhuis schreef, regisseerde en speelde hij in Studio Tokio Canal Albert, over de problematische verhouding van een oude moeder met haar zoon. Ook in zijn bewerking van Peer Gynt legt hij sterk de nadruk op de relatie tussen Peer en Aase. In de ogen van Perceval is Peer Gynt een jongen die niet los kan komen van zijn moeder. Hij kan niet zonder haar, maar tegelijkertijd is ze een blok aan zijn been. Ook de moeder zelf wordt heen en weer geslingerd tussen gevoelens van haat en liefde voor haar zoon. Ze weet dat hij een nietsnut is, een leugenaar die ook haar dingen wijsmaakt. Maar toch zal ze hem tegenover de buitenwereld blijven verdedigen, want hij is en blijft haar zoon, die fantast die mooie verhalen kan verzinnen en haar troost wanneer ze alleen is. Aase en Peer hebben elkaar nodig. Voor Perceval is de band tussen een moeder en haar zoon de meest intense, maar ook de meest verstikkende bloedband die er is.

huwelijk versus begrafenis
In Percevals bewerking van de klassieker van Ibsen is de handeling uitgepuurd en blijven twee verhaallijnen overeind: het huwelijk en de begrafenis. Het huwelijk staat symbool voor een nieuw begin, de prille hoop op beterschap. De begrafenis symboliseert dan weer het einde van alles, de teleurstelling in het leven.
Huwelijk en begrafenis bepalen heel de handeling in de voorstellingen en zetten twee tegengestelde lijnen uit. Aan één kant heb je de stoet van mensen die op weg zijn naar de kerk: Solveig met haar vader en haar verloofde, en de priester op kop. In deze versie is het dus niet Ingrid, maar Solveig die gaat trouwen. Perceval voegt twee personages samen en maakt het verhaal daardoor nog tragischer. Peer wordt nu verliefd op de bruid zelf. Tegenover de huwelijksstoet staat Peer Gynt, die onderweg is om zijn moeder te gaan begraven. De twee gezelschappen komen elkaar tegen en Peer stuurt alles in de war. Hij wordt verliefd op Solveig en zou maar al te graag in haar buurt blijven. Maar ondertussen roept zijn oude, zieke moeder om zijn hulp. Peer voert een innerlijke strijd met zichzelf: moet hij zijn hart volgen en achter de bruid aangaan, of moet hij bij zijn moeder blijven?
Deze hartverscheurende keuze brengt ons terug bij Ibsen, die vond dat een mens verplicht was om zijn leven in vraag te stellen en de gevolgen van radicale keuzes onder ogen te zien. Peer Gynt is een dromer, die zonder nadenken zijn gevoel volgt. Hij weigert de gevolgen van zijn keuzes onder ogen te zien en doet alleen waar hij zin in heeft. Hierdoor haalt hij zich de haat van zijn omgeving op de hals.

rebel versus maatschappij
Wie zich niet wil aanpassen aan de hem omringende maatschappij belandt in de marginaliteit. Ook de Peer Gynt van Stefan Perceval heeft daar absoluut geen boodschap aan. Hij houdt met niets of niemand rekening en doet enkel waar hij zin in heeft, zonder de gevolgen te overzien. Vraag blijft of hij zich daar zelf van bewust is, en er duidelijk voor kiest een rebel te zijn, of of hij gewoon niet anders kan, omdat hij nu eenmaal een jongen is met te veel fantasie. Hoe dan ook, ook in deze versie blijft Peer Gynt een herrieschopper. Hij verstoort het huwelijksfeest van Solveig en krijgt het daardoor niet alleen aan de stok met haar vader en haar verloofde, maar ook met de goegemeente en de kerk. Want een man en een vrouw moeten nu eenmaal trouwen, en een huwelijk dat gepland is moet en zal doorgaan, wat er ook gebeurt. De figuur van de priester symboliseert de starre koppigheid van de katholieke kerk en de vader en verloofde van Solveig staan model voor de maatschappij die mensen opdraagt wat ze moeten doen. Diegenen die weigeren mee te draaien worden uitgespuwd en vertrappeld.

enscenering
De samenwerking tussen Stefan Perceval en scenograaf Jan Strobbe leverde in het verleden al enkele indrukwekkende beelden op (zoals de cocon in Lits Jumeaux en de gigantische opblaasbare ‘baarmoeder’ in Hard Hart). Strobbe ontwerpt geen functionele decors, maar zijn ontwerpen zijn wel erg bepalend voor de handelingen van de acteurs. Zijn ensceneringen zijn strak en klinisch. Lichtontwerper Chris Vanneste voelt de sfeer die Strobbe wil bepalen perfect aan en ondersteunt zijn decorontwerpen met de juiste belichting.
Voor Peer Gynt ontwierp Jan Strobbe een sober decor, waarbinnen alles mogelijk is. Aangezien zijn decorontwerp moet klaar zijn voor de eerste repetitie, wordt hij verplicht om vooral op voorhand zijn fantasie te laten werken. Omdat het verhaal op zich al zo ingewikkeld is, wilde hij de vertelling ondersteunen met een eenvoudig decor, dat vooral symbolisch werkt. Hij creëerde een gigantisch wateroppervlak, verwijzend naar de originele tekst van Ibsen, waarin de natuur heel erg dominant aanwezig is. Het water creëert ook voor de acteurs enorm veel spelmogelijkheden en versterkt de sprookjesachtige sfeer van het verhaal.


tekstfragmenten
MOEDER:
Daar sta ik.
Uw moeder.
Het beginnend leven in mijnen buik.
Verstrengeld geluk.
Da zijde gij.
Zotte vlinder.
Niemand zal u uit mijn handen laten verdwijnen.
Niet de grootste dwang.
Niet de verslaving.
die begeerte heet.
Nooit.
Ik koester u.
Mijne zoon.
Zie mij hier nu liggen gelijk een dood insect onder een glas.
Spartelend
reikend naar zijn hand
die dood heet.
Op deze plek kunnen we de hemel raken en toch zijn er geen engelen.
Daarvoor is de dood te stil.
te vals
Mensen zeggen
het is één van de grootste zekerheden in dit leven.
Sommigen noemen het rechtvaardig.
Ik neem afscheid in gedachten,
onuitgesproken woorden die verzinken in
de bruine graniet van de aarde
we zijn stof en begrijpen elkaar in stilte
Peer.


VADER VAN SOLVEIGJE:
De huur van de kerk: 300 euro
De speech van de pastoor: 30 euro
De vergoeding van de pastoor: 250 euro voor een half uur (’t is te hopen dat het niet uitloopt)
De huur van de zaal: 800 euro
De huur van de keuken bij de zaal: 400 euro (gas en electro inbegrepen)
De huur van ’t podium bij de zaal: 150 euro
De huur van de madam die de zaal moet open doen en ’s nachts weer komen sluiten: 400 euro
De huur van de lichtinstallatie van de zaal: 150 euro (tussen haakjes twee spots: rood en groen)
De huur van de discobar: 500 euro waarborg
De huur van den tap want den tap in de zaal is kapot: 165 euro BTW in
De huur van zes ronde tafels met uitklapbare poten: 80 euro
De huur van de tafelkleden: 90 euro zonder wassen met wassen 150 euro
De huur van 24 grote, kleine en soepborden: 65 euro (en 120 euro waarborg)
De huur van 72 vorken, messen, lepels, koffielepels, gebakvorkjes: 220 euro, echt zilver!
De huur van 48 wijnglazen met sirenemotief: 95 euro in de aanbieding
De huur van peper- en zoutvaatjes: 20 euro
De huur van een koffiepercolator: 45 euro
Den drank wordt achteraf geteld en afgerekend, een pintje kost 1,50 euro. En ’t is gratis tot 1 uur dan kunnen ze hunnen zuip zelf betalen.
De huur van 24 koffietassen en ondertassen: 67 euro
De huur van 24 stoelen met goudrand: 146 euro (hier heb ik mij in ’t zak laten zetten)
De huur van drie braadsledes: 43 euro
De huur van drie ketels van 10 liter: 85 euro
De huur van messen om te snijden in de keuken: 90 euro
De huur van een vergiet: 5 euro
De huur van een snijblok: 24 euro
De huur van een gasfles: 48 euro/fles (We hebben zeker drie flessen nodig)
De huur van een salamander want de kok wilt de randjes van het dessert gratineren: 95 euro
De huur van een speciale mixer die ze nergens anders hebben: 33 euro
De kostprijs van het eten, uitgerekend door de chef die ne neef van mijne beste vriend is: 2589 euro
De verplaatsingskosten van het zaal- en keukenpersoneel (twee personen) 30 euro/persoon
Hun loon: 45 euro/uur
De huur van twee illegalen om den afwas te doen voor den hele dag: 30 euro
Het loon van den DJ: 250 euro van 23.00 uur tot 1.00 uur daarna 35 euro/uur
De huur van een madam die bij de feestzaal hoort om de vloer te kuisen: 80 euro/ ½ dag
De huur van ’t kleed van ons Solveigje: 245 euro
En dan weten da ge de rest van uw leven ongelukkig zult zijn.
Och, ’t is goed dat ge weg gaat.
Op uw eigen benen staat.
Zelfstandig wordt.
’t Is goe.

Ik zal u missen.
De stilte in het huis.
Het genee als ik u iets vraag.
Wie gaat er nu mijn broeken strijken?
13
Wilde nog dikwijls langskomen om te zien dat ik nog leef.
Minstens om de twee dagen.
Ik begin zo te stinken.

SOLVEIGJE:
Mijn vader zegt dat het huwelijk den hoeksteen is van de maatschappij maar ik heb nog nooit ne schonen hoeksteen gezien omdat die altijd wat afgestompt zijn zodat ge u daar ni zeer aan doet, dat is nodig zegt mijn vader. Ge moet ni te kritisch in het leven staan, zegt mijn vader. En hij heeft gelijk, denk ik. Zie maar naar die film waar dat die ene dien ander kust die kunnen mekaar waarschijnlijk helemaal ni verdragen. Die haten mekaar waarschijnlijk zo ongelofelijk hard dat ze mekaar kussen en die kussen dat zijn dan de symbolen ofzo die alles wat afronden, zegt mijn vader. Maar ik geloof dat ni want mijn vriendin Wendy die tot vorig jaar bij mij op school zat maar zich nu tot den islam heeft bekeerd en getrouwd is met ne vreemde die hier een verblijfsvergunning wou hebben en waar dat ze een kind en slaag van krijgt zegt dat de liefde eigenlijk iets ongelofelijk schoon is. En toen stampte die baby van die vreemde tegen haare buik en ge kon dat zien. En dan mis ik mijn moeder om daar over te kunnen praten want mijn vader is ne racist en vindt de films die ik zie idioot en ik vind dat soms ook. Maar ik vind dat eigenlijk helemaal ni erg omdat dat nu zo is. Films zijn een weerspiegeling van wat er in de wereld leeft en de wereld is soms stom, zegt mijn lerares opvoedkunde, die ik wel ongelofelijk bewonder omdat ze elken dag helemaal uit Mol komt om dingen tegen ons te zeggen maar in Mol blijft wonen omdat haare vent daar een job heeft als ketelkuiser. En zij is ni gelukkiger dan gij en ik.








 

26-01-2004 10:17:22
Harry De Bock
 
 
doorzoek de site via google:
print deze pagina e-mail deze pagina
Middelkerke Cultuur
e-mail
Middelkerke-Westende algemeen
website
 
> 2005 zonder KKunst.com
> Beautiful Love een tribute voor Pim Jacobs van Rita Reys
> Tienermusical ‘Wat doe je in de kou?’ sluit weerbaarheidscampagne af
> De Doorbraak nieuw album van Jeroen Zijlstra
> Edisons voor Toon hermans en Jacques Brel
> Herdenking maakt betreurde Wim De Craene weer jong
> Expositie ‘De Nibelungen’ in Oostends Museum voor Schone Kunsten
> Repetities voor toneelstuk The Odd Couple begonnen
> Songs of a lifetime – The Rita Reys Story
> Nominaties Vlaamse Musicalprijs bekendgemaakt
> Kerstival in het Kursaal van Oostende
> Collega's eren Liliane Saint-Pierre op Radio 2 Eregalerij 2004
> Concerten in het kader van 't Beleg van Oostende
> De gedenkwaardige belegering van Oostende 1601-1604
> Geen extra show voor Night of the proms
 
> ‘Hof van Albrecht en Isabella’ in Oostends Feest- en Kultuurpaleis
> Concert zangeres Laurence Revey
> Spring loopt warm voor nieuwe concertreeks!
> Uniek muzikaal manifest van 25 tot en met 27 november in de Gashouder in Amsterdam
> Walter Baele voor de laatste keer op het podium met “ ALLE 10 GOED”
> Klanken tussen hemel en aarde
> Champagneweekend Middelkerke
> Wie wordt Poëzieperformer 2004?
> Theater Top te gast in ’t Oostends Variététheater
> Oostende : Halloween komt er aan!
 
info |disclaimer | mail | home | programming & design | ©2001 - 2004