Op 1 september 2003 zal het precies 40 jaar geleden zijn dat de taalgrens in
België definitief werd vastgelegd. Wim Chielens maakte een tocht langsheen
de West-Vlaamse taalgrens en maakt, 40 jaar na datum, een balans op van wat
de taalgrens heeft teweeggebracht in de dorpjes en stadjes die op die
taalgrens liggen. Hij laveert daarbij tussen West-Vlaanderen en Henegouwen.
De tocht begint in Nieuwkerke, deelgemeente van Heuvelland, even voorbij het
gehucht Le Seuil, De Seule. Het vastleggen van de taalgrens was er een
heikel punt waar - toen nog piepjong - burgemeester José Lemaire meteen voor
de leeuwen én de nationale pers werd gegooid. Nieuwkerke verloor de wijk
"Clef d'Hollande" aan Ploegsteert maar kon toch nog een flink schiereiland
naar het zuiden behouden.
Mesen is een heel apart stadje. Het is het kleinste stadje van België, maar
voor de rest beter bekend in Nieuw-Zeeland dan in pakweg Brugge of Kortrijk.
Mesen ligt in Vlaanderen maar heeft taalfaciliteiten voor Franstaligen.
Daardoor kon het stadje (van amper 1000 inwoners) geen fusie aangaan met de
omringende dorpen van Heuvelland. Maar dat ligt ook in de lijn van het
denken van de Mesenaar: wat we zelf doen, doen we beter.
Waasten is het tweede stadje van de Komense enclave. Er wordt hier en daar
nog een mondje Vlaams gesproken, maar Waastenaars gaan er prat op dat ze
Picards zijn. Het Frans heeft er een historische oorsprong, van bij de komst
van de Romeinen! We graven in het "Franstalige' verleden van Waasten in het
lokaal historisch museum.
Komen is de kern van de enclave die in 1963 in pure wafelijzerpolitiekstijl
werd omgeruild met Voeren. Het verzet van Vlamingen in Komen en
West-Vlaanderen was groot. Later spitste de strijd zoch vooral toe op de eis
voor Nederlandstalig onderwijs in Komen. Het Vlaams schooltje staat er nu en
is minstens zo belangrijk als symbool dan als onderwijsinstelling.
In Wervik was er geen seconde discussie over de vastlegging van de
taalgrens, ook al hadden ze aspiraties voor het verwerven van enkele
"Vlaamse wijken" van het huidige Komen. De onrust groeide er pas nadien,
toen de Komenaars een autoweg wilden om hen te verbinden met de rest van hun
"Waalse broeders". Die weg kon alleen maar over Wervik lopen...
In Wervik is de grenscommercie op stervens na dood. We maken nog een ommetje
in de Brugstraat, voor daar de laatste "frontierenwinkels" tegen de grond
gaan. In Menen bloeit de grenscommercie als nooit te voren. De Barakken zijn
er een onwaarschijnlijk fenomeen, vooral op zondagmiddag.
In Rekkem werd een bittere strijd gevoerd rond de taalgrens. De wijk
Paradijs werd fel begeerd door Moeskroen, niet omdat daar Frans gesproken
werd, maar omdat het tracé van de E17 daar passeerde... Uiteindelijk ging
alleen de wijk rond de grenspost Risquons-Tout over van Rekkem naar
Moeskroen.
Moeskroen is een stad met flair, de gastvrijheid is er groot. Dat merk je
aan de middenstanders die hun best doen om een mondje Nederlands te praten,
al valt dat "mondje" dikwijls erg mee. Velen zijn amper één of twee
generaties geleden van puur West-Vlaamse oorsprong. Dat merk je ook aan
burgemeester Detremmerie, een gewiekst politicus die de minzaamheid als geen
ander wapen gebruikt.
Spiere-Helkijn is de tweede gemeente op ons traject waar Frantaligen
taalfaciliteiten hebben. Ook daar kijken we hoe het grensgevoel er leeft.
Boze tongen beweren dat je er de taalgrens ruikt...
De radiowandeling langs de taalgrens eindigt in Avelgem. Eind de negentiende
eeuw al werd de Schelde tussen de Waterhoek en Outrijve rechtgetrokken.
Grillig kronkelende meanders werden dode "coupures". Alleen bleef de
provinciegrens liggen op de ... oude Schelde, een bizar verhaal van lapjes
Henegouwen tussen West-Vlaamse kant en wal.
De radioreeks "Van de Seule tot de Waterhoek" telt tien afleveringen en
wordt uitgezonden van 1 tot 12 september, elke werkdag tussen 17 en 18 uur
in het programma "Avondpost" van Radio 2 West-Vlaanderen, op 100.1 FM |