|
Kaft-produkties presenteert "Lunatic Comedy
Collectief"
Hoe ver staat het met de Vlaamse Comedy in
het nieuwe theaterseizoen?
Niet alleen het theaterwereldje, maar ook het
clubcircuit bereidt zich voor op het nieuwe theaterseizoen. Stand-Up
Comedy zal daarin een belangrijke rol spelen. Het genre is in Vlaanderen
al enkele jaren aan een opmars bezig, en groeit nog steeds. Wij
gingen erover praten met Philip Saelens van Kaft-Produkties en met
Stef Vanpoucke, het boegbeeld van The Lunatic Comedy Club en vooraanstaand
lid van het improvisatietheater-gezelschap "The Lunatics".
Waarom hebben jullie The Lunatic Comedy Club
eigenlijk opgericht?
Stef
Vanpoucke: Wij zijn daar twee jaar geleden met enkele mensen aan
begonnen omdat wij vaststelden dat er voor comedy in Vlaanderen
geen podium was. We wilden dat podium dan maar zelf opbouwen. Zo
wilden we artiesten de kans geven om stand-up comedy uit te proberen.
Vlaanderen loopt in dit genre flink achter de Angelsaksische landen,
waar stand-up comedy al lang een vaste plaats heeft verworven. Hier
moet het nog groeien. Binnen enkele jaren zien we wel waar we staan.
Maar nu al is duidelijk dat het comedy-genre groeit in Vlaanderen.
Het is op weg om Vlaanderen te veroveren. Kijk maar eens naar al
de theatercafés waar stand-up comedy op het programma staat.
Om het genre te promoten hebben we ook
de tweejaarlijkse wedstrijd "The Lunatic Comedy Awards" in het leven
geroepen. De eerste winnaar was Bert Kruismans. Dit jaar was Gunter
Lamoot aan de beurt.
De term stand-up comedy wordt de jongste tijd
te pas en te onpas uit de kast gehaald. Wat betekent stand-up comedy
voor jullie?
Stef Vanpoucke : Het is de puurste vorm
van comedy. De artiest staat zonder decor, technische snufjes of
verkleedpartijen achter de micro en voor het publiek. Hij moet dat
publiek helemaal alleen overtuigen om te lachen. Maar binnen die
omschrijving bestaan er verschillende vormen van stand-up comedy.
Er zijn artiesten die spelen met de actualiteit en er zijn er die
een programma brengen dat helemaal los staat van de actualiteit.
Zo ga ik geregeld naar Londen en naar het comedy-festival in het
Schotse Edinburg. Het is een minderheid van de comedians die zich
op de politieke actualiteit concentreert. Trouwens ik stel hier
zelf vast dat politieke humor minder aanslaat dan absurde humor.
Ik opteer daarom zelf voor de ruime term "comedy", in plaats van
"stand-up" en "cabaret". Het creëren van al die verschillende hokjes,
maakt het voor het publiek alleen maar verwarrend.
Hebben jullie al ontdekkingen gedaan?
Stef Vanpoucke : Iedereen die nu in ons
circuit of in het circuit van XL-Productions meedraait, is op ons
podium begonnen: Bert Kruismans, Filip Haeyaert, Wouter Deprez,...
Zelfs Raf Coppens is door ons ontdekt. Ons systeem is dan ook eenvoudig.
In ons clublokaal "Le Bal Infernal" organiseren wij try-outs. Iedereen
die denkt stand-up te kunnen brengen, kan – al is het maar voor
vijf minuten - het podium op. Als dat optreden meevalt voor de artiest,
het publiek en onze club, dan kan de bewuste artiest steeds terugkomen.
Wie het echt goed doet, kan een plaats krijgen
in het "Lunatic Comedy Circuit". Wat bieden jullie het opkomend
talent?
Stef Vanpoucke: Als we voelen dat iemand
inhoud heeft, zorgen wij voor een podium en voor de stimulans om
door te zetten. Maar het belangrijkste werk, zoals het schrijven
van de teksten, is de taak van de artiesten. Arnout Vandenbossche,
die tweede was bij de Awards, is een mooi voorbeeld. Iedereen vond
dat hij wel enkele goede moppen had, maar dat zijn présence veel
te wensen overliet. Wij geloofden in hem en hebben hem gesteund.
Hij heeft ondertussen gigantische sprongen voorwaarts gemaakt. Ik
vind hem nu een van de beste stand-up comedians in Vlaanderen. En
hij heeft dat zelf verwezenlijkt. Wij hebben hem niet verteld hoe
hij stand-up moet doen. Maar we gaven wel tips en we gaven hem de
kans om op te treden. Zo kreeg hij de beste leerschool, want stand-up
leer je het best door voor het publiek te staan en op je bek te
gaan.
Jullie vinden het dus niet zinvol om zelf cursussen
te geven?
Stef Vanpoucke: Wij hebben daar over nagedacht.
Maar het probleem is dat je in Vlaanderen moeilijk mensen vindt
die echt kunnen coachen. Natuurlijk ben ik ervan overtuigd dat dergelijke
cursussen iets bij kunnen brengen. Maar alleen als iemand stand-up
sowieso in zijn lijf heeft zitten.
Een kleine tip toch: hoe lang mag een stand-upper
met hetzelfde programma toeren?
Stef Vanpoucke: In Londen toert een beginnende
stand-up comedian een jaar met ongeveer hetzelfde materiaal. Maar
ik merk bij mezelf hoe gemakkelijk zo'n programma evolueert. Hoe
meer je optreedt, hoe zekerder je wordt en hoe gemakkelijker je
stukken tekst zal vervangen. Ik moet trouwens vernieuwen om het
voor mezelf boeiend te houden. Als ik verschillende keren kort na
elkaar hetzelfde moet vertellen, dan word ik dat beu en dreig ik
mijn gedrevenheid te verliezen. Maar anderen hebben daar blijkbaar
geen probleem mee en brengen jaren na elkaar hetzelfde programma.
Zolang het publiek niet mort, zien ze geen reden om iets nieuws
te brengen. Ik ben van oordeel dat men de moed moet hebben om even
te stoppen en nieuw materiaal te schrijven, zoals Bert Kruismans.
Philip
Saelens: Onze artiesten beseffen dat ze op tijd moeten verniewen.
Ik heb Filip Haeyaert een veertigtal keren zien optreden en elke
keer merk ik hoeveel nieuwe stukjes hij inlast. En ik heb Gunter
Lamoot zien beginnen met een programma van een kwartier dat optreden
na optreden langer werd. Hij kan nu al een uur vullen.
Stand-up comedy vindt nu vooral een onderkomen
in theatercafés en clubs. Is dat de juiste plaats?
Stef Vanpoucke: Het is in elk geval een
erg geschikte plaats. Natuurlijk kan stand-up ook in het theater.
Kijk maar naar Geert Hoste. Maar in zo'n theater is er minder contact
tussen de artiest en het publiek. Ik denk dat een stand-upper erg
sterk in zijn schoenen moet staan en erg zeker moet zijn van de
kwaliteit van zijn programma voor hij het theater kan intrekken.
Ik ben ervan overtuigd dat artiesten met minder ervaring beter gedijen
in kleinere ruimtes. Dat zie je trouwens ook in Groot-Brittannië.
Ook de Britse comedians trekken pas na vier à vijf jaar ervaring
naar de grote theaters. De meeste Vlaamse stand-uppers zijn daar
nog niet aan toe.
Philip Saelens: Er is ook nog een ander punt. In de theatercafés
krijgen stand-uppers een goed publiek. Het komt er voor de gezelligheid.
Die cafés zijn voor onze artiesten als een warm nest waar ze kunnen
groeien.Een theater werkt helemaal anders. Het publiek laat zich
daar lokken door grote namen. En onze comedians zijn nog geen grote
vedetten. Waarom zouden ze dan naar een theaterzaal trekken met
een capaciteit van 200 à 300 man, als er toch maar 80 man komt luisteren.
Stef Vanpoucke: Natuurlijk zijn er enkele uitzonderingen. Kamagurka,
Geert Hoste en Urbanus kunnen met gemak volle zalen trekken. En
ook Raf Coppens is zover. Raf is nu zo bekend dat zijn naam op een
affiche volk trekt.
Er lopen tegenwoordig verschillende stand-upcircuits.
Dreigt er geen overaanbod te ontstaan?
Philip Saelens: Blijkbaar niet.Wij staan
er zelf van versteld hoeveel mensen er elke keer weer opduiken.
Comedy heeft echt een plaats in het uitgaansleven verworven.
Stef Vanpoucke: In "Le Bal Infernal" hebben wij dat zien groeien.
Het eerste seizoen zagen wij bijna altijd dezelfde mensen. In ons
tweede seizoen is het publiek fantastisch gegroeid. Er kwamen steeds
nieuwe gezichten over de vloer. Dat bleek ook tijdens de Gentse
Feesten. Meer en meer mensen willen eens een comedy-avond meemaken.
En velen zijn zo aangenaam verrast dat ze trouwe bezoekers worden.
Philip Saelens: Ik denk niet dat er in Vlaanderen momenteel een
overaanbod is. Er zijn twee circuits: het Comedy Club Circuit van
XL-productions en het "Lunatic Comedy Circuit". Maar die lopen elkaar
niet voor de voeten. "The Lunatic Comedy Circuit" staat vrij sterk
in West-Vlaanderen en trekt ook naar de rand van Brussel en Antwerpen.
Het Comedy Club Circuit gaat naar andere cafés. Maar ik zie niet
in waarom het een probleem zou zijn, mochten we allebei af en toe
dezelfde locaties aandoen.
Stijgt ook de weerklank
in de media?
Stef Vanpoucke: Neen. Absoluut neen. Comedians
krijgen relatief weinig aandacht van de media. Die media-aandacht
is nochtans van groot belang voor de groei van het genre. Maar we
zijn er gerust is. Comedy is als een olievlek die stilaan groter
wordt. Ook de pers zal op een bepaald ogenblik niet meer om het
genre heen kunnen.
Philip Saelens: Ik ben ervan overtuigd dat de comedy circuits, die
steeds groter worden en elk jaar meer volk trekken, een belangrijke
rol spelen bij het trekken van aandacht voor comedy. Ook dat maakt
die circuits belangrijk. Het "Lunatic Comedy Circuit" draait nu
al in negen theatercafés en kleine zaaltjes. Op al die plaatsen
slagen we erin om het publiek te lokken dankzij een gevarieerd programma.
De artiesten krijgen een kwartier. Dan is het aan de volgende. En
als het publiek massaal voor de bijl gaat, dan zal de pers zeker
volgen.
Tot slot wil ik het nog even hebben over KAFT-PRODUKTIES.
Wat doen jullie allemaal?
Philip Saelens: "KAFT" is drie jaar geleden
opgericht om beginnend talent te groeperen en in het "kleinschalig
circuit" een kans te geven. Bij Kaft vindt men veel minder "bekende"
groepen en artiesten dan bij andere theaterbureaus. Toch zit Fritz
van den Heuvel bij ons. En we werken via BIS-Produkties met Myriam
van Mulder en Geert Hautekiet. We willen onze artiesten in het kleine
theatercafé-circuit laten groeien. Ik koos de naam "Kaft" omdat
een kaft om een boek zit en het boek omsluit, bijeenhoudt, beschermt
en verpakt. Achteraf bleken de letters ook perfect te staan voor
Kunst, Animatie, Folk en Theater. Want wij doen meer dan comedy
alleen. We begeleiden bij voorbeeld ook folkgroepen. Het "Lunatic
Comedy Circuit" is een van onze initiatieven. Daarnaast hebben we
ook "Humor à la carte". Daarin bieden wij drie verschillende disciplines
aan: improvisatie; stand-up en cabaret.
Harry De Bock
|