 |
Jo Lemaire, in kleur
Flagrants Délices, de CD en Transit,
de theatertour zetten Lemaire weer in het middelpunt van de
aandacht |
Jo Lemaire, de Waals/Vlaamse chansonnière
kiest voor kwaliteit. Ze zoekt niet naar hits, maar naar nummers
waar ze honderd procent achter staat. Na haar succes met het repertoire
van Edith Piaf kiest ze op de CD Flagrants Délices weer voor
eigen nummers.
Hoe
kijk je terug op het Piaf-project?
Jo : Ik ben blij dat ik het heb gedaan omdat ik er muzikaal
en vocaal veel door heb geleerd. Ik heb een toffe bende muzikanten
ontdekt waarmee ik nu nog altijd op pad ben.
Had je geen schrik om aan het project
te beginnen. De productie rond Brel, waar je enkele seizoenen geleden
aan meewerkte, was toch geen onverdeeld succes.
Jo : Men moet altijd een beetje relativeren. Brel was een
Nederlandstalige productie. Heel veel mensen in Vlaanderen en zelfs
in Nederland waren teleurgesteld omdat geen enkel nummer in het
Frans werd gezongen. In bijna geen enkel lied lag een echt Brelgevoel.
Het was een zeer moeilijke periode. Toch heb ik ook uit die productie
ontzettend veel geleerd. Zo heb ik mijn discipline kunnen aanscherpen
omdat ik niet solo optrad, maar rekening moest houden met een hele
bende artiesten.
Piaf lag anders. Ik had altijd al Piaf willen zingen. Ik had jaren
gewacht tot ik ervan overtuigd was dat ik voldoende maturiteit had.
Ik heb nu genoeg levenservaring om die liedjes op het podium te
zingen.
Heb je door het Piaf-project anders
leren zingen?
Jo : Bij Piaf was de interpretatie van de nummers van cruciaal
belang. Dat gaf mij de mogelijkheid alle registers open te trekken.
Ik kan nu echt in een lied kruipen en zelfs vergeten dat er publiek
in de zaal zit dat naar mij kijkt. Ik doe mijn ogen toe en ben vertrokken.
Ik ben ook echt in het repertoire kunnen
ingroeien door een heel project rond Piaf te bouwen. En ook de opbouw
van het programma is belangrijk. We begonnen heel klein en gevoelig
en groeiden geleidelijk aan.
In je nieuwe programma is er ook zo'n
opbouw. Het begint met een zeer rustig nummer, later volgen de swingende
nummers?
Jo : Inderdaad. Het gevoel van de "fin de siècle"
is bij mij weg. Ik wil met mijn programma aantonen dat ik er weer
sta en barst van de vitaliteit.
Je imago is ook veranderd. De donkere
Jo Lemaire lijkt verdwenen.
Jo : Ja, mijn kleren zijn kleurrijker geworden. Het verlaten
van mijn somber, zwart imago gebeurt geleidelijk aan. Het is van
donker grijs naar licht grijs gegaan. Wat niet wil zeggen dat ik
geen zwart meer draag, want ik blijf vinden dat dat klasse uitstraalt.
Je kledij is kleurrijker en je CD-hoes
is rood. Wil je daarmee iets zeggen?
Jo : Ik heb niet echt bewust gekozen voor al dat rood. De
hoes is bij toeval rood geworden en voor mijn decor wou ik iets
fluweels of iets glanzends. Het werd ook rood. Die kleur hoort trouwens
bij het theater, kijk maar naar de kleur van de zetels in veel zalen.
Maar het is zeker kleurrijker. Dat geldt ook voor de nummers, ook
daarin zit veel kleur en leven.
Is ook je kijk op het leven minder zwart/wit
geworden?
Jo : Ik probeer veel meer te relativeren. Dit is wel moeilijk
gezien mijn temperament. Bij mij is het meestal alles of niets.
Ik ben zo en ik kan dat moeilijk veranderen. Dat karakter hangt
trouwens nauw samen met mijn creativiteit.
Mocht ik alles in evenwicht willen houden dan zou ik veel te snel
tevreden zijn en dat zou mijn carrière geen goed doen.
Is je persoonlijke gemoedstoestand bepalend
voor je carrière?
Jo : Zeker. Ik kan mijn privéleven, mijn inspiratie
en mijn carrière niet scheiden. Zeker niet nu mijn partner
ook mijn manager is. Wij moeten nu alles samen doen. Ik moet constant
op hem kunnen rekenen.
Zou je het plezante liefdesliedje "Cerise"
anders zingen als je net voor het optreden ruzie hebt gemaakt met
je partner?
Jo : Absoluut. De klemtonen zouden anders liggen. Bewust.
En hij zou dat zeker voelen. Ik heb gelukkig veel liedjes waarin
ik al mijn emoties kwijt kan.
De muzikanten waarmee je nu rondtrekt,
werken ook samen met Johan Verminnen. Is het muziekwereldje zo klein?
Jo (lacht): Het is geen toeval. Michel Bisceglia, de pianist
en componist, ken ik al meer dan tien jaar. Hij heeft op mijn vorige
CD's meegespeeld en is één van mijn vaste begeleiders.
Zijn broer Angelo was vroeger mijn gitarist.
Hoe kwam je bij Rony Verbiest terecht?
Jo : Ik wil al jaren een project doen met hem. Dat is totnogtoe
niet kunnen gebeuren omdat hij te veel werk had met zijn eigen trio.
Bij Piaf moest Michel Bisceglia op zoek gaan naar gepaste en vrije
muzikanten. Rony stond op zijn verlanglijstje en gelukkig had die
op dat moment tijd. De samenwerking beviel zo goed dat hij er deze
keer weer bij is.
Johan Verminnen en jij zijn blijkbaar
twee handen op ene buik?
Jo : We kennen elkaar al zeer lang en we hebben enorm veel
respect voor elkaar, zowel op muzikaal als op menselijk vlak.
Je schrijft de meeste teksten zelf.
Hoe ontstaat een lied?
Jo : Ik heb geen vast concept. Ik heb een idee en dat schrijf
ik op of leg ik vast op een bandopnemertje. Ik werk trouwens nog
zeer primitief. In de wagen - terwijl ik mij laat rijden, want ik
heb geen rijbewijs - zit ik vaak te fantaseren en naar het landschap
te kijken. Zo ontstaan ideeën. Daar leg ik flarden van teksten
vast. Ik ben trouwens een dromer. Een woord kan al volstaan om mij
te laten wegdromen.
Bedenk je bij de teksten onmiddellijk
een melodie?
Jo : Alle methoden zijn goed voor mij. Soms heb ik eerst
een melodie in mijn hoofd. Af en toe komt de melodie gelijktijdig
met de tekst. Dat is natuurlijk het beste. "Madame Leblanc"
is zo ontstaan. Het idee kwam en ik heb de tekst en de muziek onmiddellijk
vastgelegd op een klein bandopnemertje. Op mijn mobiele studio,
zeg maar.
Je schrijft heel veel liefdesliedjes.
Blijkbaar is de liefde voor jou erg belangrijk?
Jo : Voor wie niet? In een leven draait alles om liefde.
Het kan liefde zijn voor een kind, een vriend, ... Voor mij is liefde
iets heel ruims. Ook vriendschap is liefde voor mij. Liefde is niet
alleen seks, het is veel complexer.
Op de hoes van "Flagrants Délices"
vind ik ook Ronny Mosuse terug.
Jo : Ik was op zoek naar een jonge producer die een frisse
kijk had over muziek. Ik wou deze CD een beetje speelser en lichter
maken. Ik vreesde dat dat niet zou lukken met oude vossen in de
studio. Wilfried Brits van Universal en Michel Bisceglia dachten
hetzelfde en stelden Frank Duchène voor, die ook Hooverphonic
doet. Die bracht mij in contact met Ronny omdat die een zeer goede
melodielijn kan uittekenen die lang bij de luisteraars blijft hangen.
Je gebruikt nu ook blazers. De big bands
lijken helemaal terug. Jo : Het is voor mij een droom
die in vervulling gaat. Zoals ik ooit droomde van het Piaf-repertoire.
Had Johan Verminnen dan dezelfde droom?
Jo : Wij zijn een beetje zoals een broer en een zus, ik zei
het al. We hebben vaak dezelfde ideeën
en we werken met dezelfde mensen. Misschien hebben we zo wel aan
kruisbestuiving gedaan. Maar bij Johan is het echte big band. Bij
mij is het gewoon een blazerssectie, die een andere kleur en een
ander ritme aan de muziek geeft.
Zorgt zo'n groot ensemble niet voor
beperkingen?
Jo : Ik denk van niet. Wat is een dure productie? Dat is
relatief. Men kan niet een hele carrière met een kleine bezetting
blijven rondtrekken, want dan krijgt men ook kritiek. De programmators
willen afwisseling. Ze willen schwung en show, want anders worden
wij niet geboekt.
Alex (manager en partner van Jo) : Niveau kost geld. Muzikanten
zijn vakmensen en die kosten ook geld. Wij moeten investeren en
werken om uit de kosten te komen en onze muzikanten bij ons te houden.
Sommige organisatoren vergeten dat? De mensen realiseren zich niet
wat zo'n productie kost. En dan werken wij hier in België nog
zeer goedkoop! Toch stellen wij vast dat sommige organisatoren liever
veel meer betalen voor een buitenlandse artiest, terwijl ze dicht
bij hun deur en veel goedkoper ook kwaliteit vinden.
Jo : We zullen misschien wel minder geregeld optreden omdat
deze productie duurder uitvalt dan de vorige. Maar daar staat tegenover
dat we met deze productie enkele jaren willen rondtrekken en ook
verder willen kijken dan België.
Jo Lemaire goes international?
Jo en Alex : Waarom niet ! Dit is toch de wens van alle artiesten.
Uit zijn eigen wereldje breken en de wereld veroveren. Voor het
buitenland heb ik voldoende repertoire. Ik kan mijn liedjes koppelen
aan die van Piaf, Brel, .... En we zijn vrij. We regelen alles zelf
en werken met ons eigen budget. Op subsidies moeten wij niet rekenen.
Heb je nog andere plannen?
Alex : Jo laten optreden met een symfonisch orkest onder
leiding van Dirk Brossé is een van onze toekomstdromen.
Hoe ben je ooit in Vlaanderen beland?
Jo : Dat was natuurlijk door de liefde. Ik leerde een muzikant
kennen waarop ik verliefd werd en ik ben hem naar Vlaanderen gevolgd.
Zonder te beseffen waar ik ging uitkomen en met twee woorden school-Vlaams
als kennis.
Daar zat ik plots in Limburg. Ik had niets meer dan een klein bruin
koffertje. Mijn verleden lag achter mij en ik stond klaar voor nieuwe
uitdagingen. Nederlands leren was er daar één van.
Dat is mij gelukt, door zelfstudie, lezen en TV-kijken.
Voor de rest zat ik aan de grond. Maar ik ben erdoor gekomen, hoewel
het niet bij een ontgoocheling gebleven is. De muziek heeft mij
gered.
Wij nemen afscheid, want een andere reporter
staat al te dringen. Jo Lemaire krijgt men niet zomaar uit de belangstelling.
Harry De Bock
|