 |
Jean-Louis
Daulne
Een gesprek en ontdekking |
Jean-Louis Daulne maakte onlangs nog een toer
langs verschillende Vlaamse Culturele Centra. Toch is zijn muziek
in Vlaanderen en Nederland te weinig bekend. In mei bracht hij bij
EMI zijn derde full-CD uit. Dat was voor ons een goede reden om
hem in de hoofdzetel van de platenfirma op te zoeken.
Wie
is Jean-Louis Daulne?
Jean-Louis: Zoals je ziet, is mijn huidskleur een beetje
donkerder dan die van de doorsnee-Belg en zijn mijn haren iets kroezeliger.
Ik ben een mulat, met een Belgische vader en een Congolese moeder.
Mijn vader trok ooit naar Zaïre en huwde daar, zonder het aan
zijn Belgische familie te vertellen, een zwarte vrouw, mijn moeder.
Hoe kwam je in België terecht?
Jean-Louis: Tijdens één van de Zaïrese
opstanden moesten de blanken en de mulatten het ontgelden. Mijn
vader werd vermoord en mijn moeder vluchtte met mijn zus en mij
de brousse in, bij de Pygmeeën. Van deze volksstam hebben de
negers schrik. En daarbij is hun huid veel lichter dan die van de
andere zwarten. Het gevolg was dat wij, mulatten, daar niet opvielen,
zodat we daar relatief veilig waren. Vandaar zijn wij naar België
gerepatrieerd.
Verliep de aankomst in België hartelijk?
Jean-Louis: Achteraf bekeken wel, want alles is goed op zijn
pootjes gevallen. Toch was het voor de familie van mijn vader schrikken.
Je moet weten, mijn vader had wel aan zijn familie laten weten dat
hij getrouwd was en twee kinderen had, maar hij had nooit verteld
dat zijn vrouw zwart was. In 1965 kwamen we aan in de luchthaven.
Daar werden onze namen afgeroepen en moest zijn familie toch even
slikken toen ze ons zag. Nu, alles is zeer goed verlopen en wij
werden dadelijk aanvaard en geholpen. Geen slecht woord over mijn
familie.
Was je vader een Vlaming?
Jean-Louis: Nee, een Franstalige Belg, maar mijn moeder is
achteraf hertrouwd met een Vlaming en zo heb ik ook een "Zusje".
Over haar heb ik het in mijn liedje "Zusje". Het refrein
is opgebouwd uit Vlaamse en Congolese woorden waarmee ik mijn verbondenheid
met beide landen wil aantonen. Een half-zus bestaat niet voor mij.
Men kan niemand in twee splitsen. Ook de taal mag geen barrière
vormen. Spijtig genoeg spreek ik nog onvoldoende Nederlands, maar
wat ik ken, gebruik ik graag. Als ik Nederlands spreek, denk ik
ook in het Nederlands. En dat is een voordeel. Als ik in Vlaanderen
speel, dan spreek ik mijn publiek trouwens ook aan in het Vlaams.
Ik ben nu eenmaal een kind van verschillende culturen.
Ben je met artiestenbloed geboren?
Jean-Louis: Zeker niet. Mijn vader had in Zaïre een
bedrijf. Mijn moeder wou dat wij studeerden en ook de zakenwereld
ingingen. Artiesten waren in haar ogen nietsnutten, mensen die nergens
goed voor waren. Toen ik met vrienden muziek begon te maken, was
ze daar zeker niet blij mee. Ik heb dan ook ergotherapie gestudeerd.
Mijn stiefvader reageerde anders. Zijn
familie is thuis in de klassieke muziek. Mijn zusje speelt zelfs
professioneel muziek. Momenteel treedt ze op in Amerika.
Je hebt nog een bekende zus, Marie-Paule
Daulne van Zap Mama. Wie inspireert wie?
Jean-Louis: Ik was eerst met muziek bezig. Soms werk ik samen
met mijn zus. De muziek van Zap Mama sluit meer aan bij de traditie.
Mijn muziek, althans die van de laatste CD, gaat meer naar het chanson,
maar bevat zeker nog "roots"-invloeden.
Je muziek is door de jaren heen sterk
geëvolueerd?
Jean-Louis: Ja, het blijft altijd zeer ritmische muziek.
Dat zal ik wel te danken hebben aan mijn Afrikaanse afkomst. Ik
ben begonnen met percussie en luisterde uitsluitend naar Amerikaanse
en Angelsaksische muziek, zoals James Brown. Mijn muziek was funky
Engelstalige muziek. Van het Franse chanson wist ik niet veel af,
hoewel ik natuurlijk wel Brel kende. Bij het tekenen van mijn eerste
platencontract kreeg ik de raad het Engels door het Frans te vervangen.
Noodgedwongen ben ik dan maar aan het vertalen geslagen.
Blijkbaar was het goede raad?
Jean-Louis: Zeker, ik mag niet klagen. En nu vind ik het
maar normaal dat ik mijn liedjes in het Frans schrijf. Mijn eerste
CD liep zelfs in Quebec zeer goed en ik werd beschreven als een
ware revelatie. Ik werd uitgeroepen tot één van de
boegbeelden van de Franstalige muziek, met als gevolg dat ik wel
in het Frans moest blijven schrijven. Maar ik ben nu twee CD's verder
en ik stel toch vast dat in mijn teksten weer meer Angelsaksische
invloeden kruipen.
Hoe ontstaan je teksten?
Jean-Louis: Ik ben steeds met muziek en tekst bezig. Ik zie
iets, ik heb een inval en dan zet ik het dadelijk vast. Zelfs mijn
GSM gebruik ik om tekstflarden te bewaren. Tekst en muziek gaan
bij mij samen. Alles ontstaat spontaan en ondergaat een groeiproces.
De muziek weerspiegelt mijn persoonlijkheid: het kronkelen tussen
verschillende invloedsferen en culturen.
Je kiest niet voor een eenvoudige taal?
Jean-Louis: Neen, zeker niet, omdat ik veel met symboliserende
woorden, beeldspraak en woordspelingen werk. In mijn teksten zit
een bepaalde filosofie. Ik wil vooral poëzie schrijven . Mijn
Franse teksten zijn doordachte teksten. Daarom was het vroeger makkelijker.
Toen ik in het Engels schreef, dan ging de aandacht alleen naar
het ritme en de muzikaliteit. Om mijn teksten nu volledig te begrijpen,
moet men mij kennen en moet men de geschreven tekst bij de hand
hebben. Ik vraag dan ook aan de platenfirma steeds mijn teksten
af te drukken. Vroeger, op school had ik altijd meer punten op taal
dan op wiskunde. Nog steeds ben ik mijn taalleraars dankbaar voor
hun hulp in mijn taalontwikkeling. Ik heb de liefde voor het schrijven
ontdekt en wil zelfs verder gaan dan gewoon liedjes schrijven.
Is de melodie voor jou momenteel minder
belangrijk?
Jean-Louis: Neen, beiden zijn belangrijk, maar voor mijn
laatste CD heb ik toch gekozen voor zinvolle teksten met aansluitende
melodieën. Het ritme komt er automatisch bij, dat heb ik in
mij. Bij mijn Engelse teksten werden gewoon woorden op dat ritme
gezet. Nu hebben woorden en muziek een betekenis en vullen ze elkaar
aan. Deze CD is een "chanson-CD". Maar opgelet: voor mij
is een lied pas af als de melodie en het arrangement goed zitten.
Ik werk graag met vakmensen die de juiste sound weten te zetten.
Christophe Vervoort, die ook met Axelle Red werkt, heeft op mijn
laatste CD een grote inbreng en schreef zelfs "Une Histoire".
Heb je nog een Afrikaans gevoel?
Jean-Louis: Dat ritme dat steeds terugkomt, kan je omschrijven
als een Afrikaans gevoel. In mijn composities verwerk ik verschillende
ritmes, maar door mijn aderen stroomt Afrikaans bloed en dat is
steeds voelbaar. Dat kan ik niet verstoppen. Ook in mijn filmmuziek
is dat te merken. Op mijn laatste CD zorgt het achtergrondkoor voor
een echte Afrikaanse klank. Zelfs in mijn versie van "Vesouil"
van Brel is de Afrikaanse touch voelbaar.
Waarom Brel?
Jean-Louis: Ik houd van Brel, door Brel heb ik een ander
België ontdekt. Door hem ontdekte ik de Vlaamse schilders en
zo heb ik het Vlaamse achterland en de Vlaamse mensen leren kennen
en begrijpen. Hij bracht me dichter bij de verschillende culturen
die ik zelf meedraag. Ook hij had twee kanten: zijn Vlaamse roots
en zijn Franse opvoeding. Ik zie en voel veel gelijkenissen en begrijp
niet waarom sommigen in België dat separatisme blijven nastreven.
Ik ben blij muzikant te zijn, want muziek is een universele taal
zonder taalbarrières.
Waar staat Jean-Louis Daulne?
Jean-Louis: In de eerste plaats ben ik componist. Zo sta
ik in de wereld van de filmmuziek veel beter bekend. Als zanger
ben ik nog maar aan mijn derde CD toe, maar op gebied van filmmuziek
ben ik al aan mijn zesde exemplaar. Ik schrijf teksten en composities,
maar heb ook al van het theater en de film geproefd. Toch voel ik
duidelijk dat mijn plaats niet voor de camera is, maar erachter.
Op gebied van scenarioschrijven en regie ben ik autodidact. Muziek
leerde ik op de academie. Ik wil het leven als zanger met film blijven
combineren en heb zelfs twee nieuwe projecten op stapel staan. Ik
wil een zoektocht ondernemen naar de achtergrond en eigenheid van
de Afrikaans/Belgische halfbloeden. Wij zijn geen uitzonderingen,
wij vormen een grote groep waarover niet veel is geweten. Zo zijn
wij het product van liefdeshistories, waarbij dikwijls geestelijken
betrokken waren.
Is het daarom dat je veel liefdesliedjes
schrijft?
Jean-Louis: Nu schrijf ik veel liefdesliedjes, dat is juist.
Maar dat heeft weinig met mijn verleden te maken. Ik benader de
liefde op twee manieren: de romantische kant maar ook de negatieve
zijde. Liefde heeft voor mij twee gezichten. Veel van mijn verhalen
zijn autobiografisch, want ik ben iemand die verliefd is op de liefde.
Misschien is dat omdat ik mijn vader miste en mijn moeder een afstandelijk
iemand is. Zij nam ons nooit in haar armen. Mijn moeder was zeer
autoritair ingesteld en kussen was echt een zeldzaamheid bij ons.
Ik stel vast dat ik nu nood heb aan affectie en geborgenheid. Iets
dat ik tijdens de concerten bij mijn publiek zoek en vind. Een optreden
zie ik als een conversatie en een toenadering, ik profiteer er dan
ook van om met mijn publiek te dansen. De keerzijde van liefde is
die van de ontgoochelingen die een mens oploopt. Hier wil ik niet
over zwijgen, zo realistisch ben ik wel. Er bestaat geen liefde
zonder de pijn van de ontgoocheling.
Men
heeft tegenwoordig de mond vol van "wereldmuziek", waarom
ligt je CD niet in die rekken?
Jean-Louis: De muziek die ik maak, kan zeker in het hokje
van de wereldmuziek worden geschoven. Mijn muziek komt uit verschillende
culturen. Ik vind echter dat alle muziek wereldmuziek is, omdat
hij gemaakt wordt door mensen die een eigen aangeboren ritme hebben
en door hun leefwereld worden beïnvloed. Het verdelen in hokjes
is een verkoopstechniek.
Je band met het Nederlands is groot
door je familie. Heb je er al aan gedacht om ook een lied volledig
in het Nederlands te zingen?
Jean-Louis: Ja zeker, maar ik heb één probleem.
Zelf kan ik niet echt Nederlandstalige teksten schrijven. Bij "Zusje"
was de eerste gedachte een volledig Nederlandstalig lied te maken.
Ik had zelfs aan Raymond van het Groenewoud gevraagd voor mij een
tekst te schrijven, maar hij had geen tijd. Daarom heb ik het idee
laten varen. Ik ben een Franstalige zanger en dat wil ik ook zo
houden. Een zijstapje, daar wil ik mij wel aan wagen, meer niet.
Heb je nog een wens?
Jean-Louis: Ik heb veel wensen, maar de belangrijkste is
dat ik mag blijven doen wat ik graag doe. Dat ik kan blijven werken
met goede muzikanten die mijn muziek begrijpen. En natuurlijk dat
veel mensen van mijn CD genieten.
CD "Jean-Louis daulne" - EMI
7243 5 33064 2 7 lees de bespreking op KKUNST.com
Harry De Bock
01-06-01
|