 |
Gerard
van Maasakkers
Een liedjesmaker met een groot hart voor
het Brabantse land. |
Gerard van Maasakkers heeft met "Pas op
de plaats" al zijn zevende CD uit. Hij toert nu met een nieuw
programma en met zijn "Vaste Mannen" door Nederland. Bovendien
stond hij samen met andere streektaalartiesten in het programma
"Accent op het dialect" in Amsterdam. Tijd om deze Brabantse
troubadour op te zoeken voor een leuke babbel.
Gerard, hoelang ga je nu al met je muziek
"den boer" op?
Gerard
: Op mijn zeventiende kreeg ik van mijn ouders, voor mijn Sinterklaas,
een gitaar. Daarmee was het kwaad geschied. Ik ben in mijn hart
altijd zanger geweest, hoewel alles erop wees dat ik het tuincentrum
van mijn vader zou overnemen. Ik volgde een tuinbouwopleiding en
ging naar de Hogere Bosbouw- en Cultuurtechnische School in Velp.
Maar van kleinsaf was ik door de muziekmicrobe gebeten. Als kleine
jongen zong ik in een kerkkoortje, ik organiseerde voor de buurt
'songfestivals', ik dirigeerde een jongerenkoor en ik schreef al
op jonge leeftijd 'Plint', een rock-musical. Na mijn eerste LP 'Komt
er mer in' in 1978 koos ik in 1980 definitief voor de muziek.
Je zingt momenteel in het Brabants. Heb
je daar vanin het begin voor gekozen?
Gerard :
Mijn eerste LP "Komt er mer in" was een plaat met liedjes
in het Brabantse dialect. Ook de 3 LP's erna ("Vur de wind", "Onderwege"
en "Spiegelen") waren in het Brabants. Daarna heb ik een tijd wat
"Nederlandser" gezongen, omdat ik mijn werkterrein wilde uitbreiden
en de uitdaging van een "nieuwe taal" wilde aangaan. Na de jubileum-CD
"20 jaar liedjes" was de cirkel rond en heb ik een jaar "pas op
de plaats" gemaakt. In dat jaar besloot ik om van alle ervaringen
die ik daarvoor had opgedaan, de beste te selecteren en daarmee
voort te werken. Zo hebben veel van de nieuwe liedjes de eenvoud
van mijn eerste werk. En ook het dialect is weer terug.
Waarom kies je voor het Brabants?
Gerard :
In mijn eigen streektaal (Noord-Oost Brabants) blijf ik dichter
bij m'n eigen gevoel. Nederlands leerde ik pas later, op school.
Brabants is mijn oertaal. Had ik (nog) een hond, dan zou ik Brabants
tegen 'm praten.
Is het Brabants een overal verstaanbaar
dialect? Anders gezegd, verhindert je taalkeuze geen echte, grote
doorbraak?
Gerard
: Ik merk, nu ik weer terug ben bij m'n dialect, meer buiten-Brabantse
belangstelling dan toen ik nog in het AN zong.... Ons dialect is
tamelijk toegankelijk voor zowel Noord- als Zuid-Nederlanders en
voor Vlamingen. Vergeet trouwens niet dat mijn "Nederlandse" liedjes
ook altijd de tongval van Brabant hadden.
Waarom spreekt men in Nederland van dialect en
niet van streektaal? Maken jullie een verschil?
Gerard :
Ik zou het niet weten! Het woord "dialect" heeft voor mij geen negatieve
betekenis. Sommige mensen denken daar anders over. Die vinden het
minderwaardig. "Streektaal" klinkt dan wel wat geëmancipeerder.
Misschien ga ik vanaf nu ook wel "streektaal" zeggen.
Wie zijn je grote voorbeelden?
Gerard
: Ik voel mij verwant met verschillende zangers en singers/songwriters,
zoals Rowwen Hèze, Tom Waits, Randy Newman,... Eigenlijk te veel
om op te noemen. Ongeveer vijfentwintig jaar geleden ontdekte ik
het werk van de West-Vlaming Willem Vermandere en ik was er meteen
weg van. Ik word vooral aangetrokken door bepaalde liedjes, en niet
zozeer door een heel repertoire. Als iemand iets op een pakkende
manier onder woorden weet te brengen, dan ben ik verk(n)ocht! Zo
is 't ook met Willems "Bange blanke man" en met Lieven
Taverniers "Fanfare van honger en dorst". Die liedjes
had ik zelf willen schrijven. Maar omdat ze al geschreven zijn,
en omdat mensen hier in Nederland die liedjes ook moeten leren kennen,
neem ik ze nog eens op. Zo vindt men "De fanfare van honger
en dorst" op mijn laatste CD.
Welke band heb je met dit bijna autobiografische
lied van Lieven Tavernier, dat Jan De Wilde bekend werd?
Gerard
: Op een heel overtuigende manier heeft Tavernier de teloorgang
van idealen geschetst. Dat is zeer herkenbaar. Daarbij komt nog
dat ik al lang een project met een harmonie of fanfare wilde doen.
Daar past dit prachtige lied heel goed in. We spelen het live en
op de CD met de "KleinBrabantse Harmonie", een groep van 15 blazers.
Waar haal je de inspiratie voor je liedjes?
Gerard
: Ik laat mij leiden door mijn eigen leven en door dat van de mensen
om mij heen. Zo bezing ik bijvoorbeeld in "Achter de schuur"
een boerenzoon die het allemaal anders wil gaan doen dan zijn ouders.
Als het tenminste ooit aan hem is. Het liedje speelt zich achter
de schuur af. Daar heeft hij het voor het eerst met z'n meisje "gedaan",
daar keek hij met z'n vriendjes "wie 't wijdste kon pissen" en daar
verbijt hij ook z'n verdriet als z'n ouders de boerderij moeten
verkopen.
Dit lied is nu meer dan actueel. Denk je
dat het einde van de boerenstiel nabij is?
Gerard
: Natuurlijk blijven we voedsel nodig hebben. Natuurlijk moeten
er dus boeren zijn voor het graan, het vlees en de melk. Maar dat
't op de manier waarop we tegenwoordig bezig zijn niet verder kan,
is duidelijk. Het verbaast me zelfs dat het zo lang heeft blijven
voortduren. Ik vrees alleen dat we met kleinschalige, ecologische
landbouw niet alle monden zullen kunnen vullen. Mensen zullen anders
moeten gaan denken over de productie van eten, over de kwaliteit
ervan én dus over de prijs van een lapje vlees!
Hoe belangrijk is Brabant voor jou?
Gerard
: Brabant is mijn land van zand, mijn achterland, mijn moederband.
De Brabanders zijn "familie". Die kies je niet, maar ze
zijn me zeer vertrouwd. Het zijn mensen bij wie ik aan een half
woord genoeg heb. In het buitenland heb ik ook altijd het gevoel
dat ik de Brabanders er zó kan uithalen.
Je repertoire is een vlechtwerk van poëtische
schilderijtjes. Is Gerard van Maasakkers een romanticus die melancholisch
over zijn streek droomt ?
Gerard : "Yep!"
Wij zagen je tijdens "Accent voor het dialect"
in Bellevue Amsterdam. Wat vond je van dat project?
Gerard
: Het is een erg goed initiatief! Een mooie gelegenheid om buiten
onze eigen streek te laten horen wat we kunnen. Het had voor mij
wel wat "spannender" gemogen. Waar waren de jongeren? Ik weet niet
of ze nog bestaan, maar jullie "Boerenzonen op speed" - Zo heten
ze toch he - hadden daar voor een aardig tegenwicht kunnen zorgen.
En verder is het heel jammer dat Willem Vermandere er niet bij was.
Hopelijk komt er een vervolg en hopelijk is Willem er dan wel bij.
Ik denk dat er in elk geval veel belangstelling is voor zo'n avonden.
Je treedt op met "De Vaste Mannen".
Kan een singer/songwriter zoals jij van zijn muziek leven?
Gerard
: Op mijn visitekaartje staat "zanger/presentator". Ik heb een eigen
maandelijkse culturele talkshow in Eindhoven en ik presenteer geregeld
concerten van het Brabants Orkest en andere (vooral culturele) bijeenkomsten.
Daarnaast vertaal ik musicals. Vorig jaar "Hair", nu "Fame". Maar
ik wil mij vooral zoveel mogelijk met mijn eigen muziek bezighouden.
Hoe verklaar je het enorme succes van een
groep zoals Twarres? Die groep kiest voor het Fries en is dus onverstaanbaar
?
Gerard
: Mooie jonge mensen, mooie clip, aardig liedje. Het is iets helemaal
anders. Hitpotentie heeft met veel meer te maken dan met het liedje
alleen. Marketing is zeker even belangrijk. Maar - ik zei het al
- het ís ook een mooi liedje!
Wat zijn je toekomstplannen?
Gerard
: Blijven schrijven en zingen. Ik heb nog steeds de overtuiging
dat het nóg meer "naked songs" - kale liedjes - moeten worden. Als
liedjesmaker wil ik iets zo pakkend mogelijk onder woorden brengen.
Dat blijft de grote uitdaging.
Men duwt artiesten grag in een bepaald hokje.
In welk hokje hoor je thuis?
Gerard
: Ik hoop in geen enkel. En als het dan toch moet, dan kies ik voor
mijn eigen hokje. Als er een goed Nederlands woord bestond voor
'singer/songwriter', dan zou dát woord wel bij mij passen.
Tot slot. Moeten wij weer twee jaar wachten
voor er een nieuwe CD komt?
Gerard
: Ik hoop dat er in de zomer van 2002 een nieuwe CD komt. Maar alles
moet nog geschreven worden. Zomerwerk is dat. Lange strandwandelingen
en zo.
Tóch een romanticus, dus.
Harry De Bock
|