 |
De
zin en vooral onzin van lichaamsverbouwing
Els De Schepper kroont zichzelf elke
avond tot "Lustobject". |
Els De Schepper, één van de weinige
Vlaamse cabaretières die ook in Nederland furore maakt, trekt
met haar vijfde avondvullende show door het Vlaamse land. De reclamecampagne
voor "Lustobject" bestaat uit twee affiches: een van magere
Els, die wat sip kijkt en een van rondborstige Els, die breed lacht.
De redacteurs van KKunst vochten om uit te maken wie de schone cabaretière
mocht interviewen. De winnaar trok Els voor een knusse babbel naast
zich op de sofa van de Arenbergschouwburg.
In
verschillende interviews vertel je dat je als kind lelijk was. Dat
kan je toch niet menen?
Els: Als ik nu naar de foto's van vroeger kijk, dan valt
het nog mee. Ik was niet zo lelijk als ik mij toen voelde. Maar
ik had steunzolen, vettig haar en een beugel. Dat stemde niet overeen
met het imago dat ik mezelf wilde geven. Eigenlijk is dat waar "Lustobject"
over gaat. Over het gebrek aan zelfvertrouwen van mensen. Ik zoek
een antwoord op de vraag: waarom laten mensen hun lichaam verbouwen?
Hoop je met dit
programma complexen van je af te schrijven?
Els: (lachend) Zeker niet. Van mijn complexen, als ik die
al had, heb ik geen last meer. "Lustobject" is gegroeid
vanuit de ervaring dat "den buitenkant" voor velen belangrijker
is dan het innerlijke.
Ik vraag mij af waarom dat zo is. Ik wou
weten waarom mensen aan hun lichaam laten prutsen en verbouwingen
laten uitvoeren. In de voorstelling zit maar een zeer klein deelte
autobiografie. In "De Witte Negerin" was dat anders. Dat
programma draaide echt om mijn persoon.
Krijgen de toeschouwers
in "Lustobject" ook antwoorden op die vragen?
Els: Neen. Ik kom in mijn programma niet tot conclusies.
Ik vertrek bij de herinnering dat ik mijzelf als kind en puber lelijk
vond. Van daaruit stel ik de vraag: "Waarom verbouwen mensen
zichzelf?" In de show zoek ik
mogelijke antwoorden. Maar een echt sluitend antwoord lever ik niet.
En ik ben zeker geen moralist.
Om het verhaal boeiend en herkenbaar te
maken, laat ik tussendoor wel bekende figuren zoals Betty, Pamela
Anderson, ...de revue passeren.
Is Betty nu ook
al in jouw show doorgedrongen?
Els: Het fenomeen Betty is een symbool van onze tijd. Het
is zeer merkwaardig dat zo iemand die nog niets bewezen heeft en
die eigenlijk niets bijzonders kan, behalve een afgrijselijk lachje
uitstoten, zoveel aandacht en bewondering krijgt. Zelfs qua uiterlijk
is ze niets bijzonders. Ik vrees dan ook dat ze binnen
de kortste keren "geconsumeerd" en opgebrand zal zijn.
Trek je in "Lustobject"
ten strijde tegen dat soort maatschappij?
Els: Ik zeg daar wel iets over, maar ik ga daar niet te diep
op in. Ik wil geen politiek cabaret brengen.
Hebben
je bezoekers geen boodschap aan scherpe maatschappijkritiek?
Els:Ik ben er bijna zeker van dat de mensen voor het amusement
naar mijn programma's komen. Ik voel mij bovendien goed bij programma's
waar een duidelijk jing en jang in zit. Ik streef naar een tragi-komisch
effect. Ik streef er niet naar dat mensen van mijn programma's wijze
worden. Ze moeten zich vooral amuseren. Als ze na de voorstelling
over bepaalde onderwerpen nadenken, dan is dat leuk meegenomen.
Maar dat hoeft niet.
Waar komt het idee
voor "Lustobject" vandaan?
Els: Het werk aan "Lustobject" is twee jaar geleden
begonnen. Ik zag toen iemand op een cover van een tijdschrift staan
waarvan ik dacht: 'die moet ooit mooi zijn geweest, waarom heeft
die zich zo laten verbouwen?' Dan begon het lezen en opzoeken. De
derde stap is dan teksten schrijven. Dat moest ik trouwens niet
alleen doen. "Lustobject" is het werk van een schrijverscollectief
met vier leden.
Je lokt toeschouwers
met twee verschillende affiches. Geef eens een woordje uitleg?
Els: De kritiek op de lichaamsverbouwingen, die ik tijdens
de voorstelling lever, wordt ook weerspiegeld door die affiches.
De eerste affiche is een slanke Els, die een beetje chagrijnig kijkt.
De tweede geeft een beeld van een dikke Els, die lachend kijkt en
zegt "hé kijk eens, ik ben ook een schoon wijf ".
Kijk jij zelf
eigenlijk veel in de spiegel?
Els: Natuurlijk. Niet om te kijken wat er allemaal verkeerd
is met mijn lichaam, maar om ervoor te zorgen dat ik er goed uit
zie. Ik ben een vrouw en elke vrouw wil er toch goed uitzien. Vrouwen
willen toch allemaal behagen, verleiden,... Ze zijn gemiddeld veel
meer met hun uiterlijk bezig dan mannen. Ik ga fitnessen en probeer
er perfect uit te zien. Maar ik zal mij niet laten verbouwen.
Je bent nu al aan je vijfde programma toe
en bent stilaan een oude rot in het theatervak. Was je eigenlijk
voor het theater voorbestemd?
Els: Neen, zeker niet. Ik was zeker
geen geboren actrice en ik kom niet uit een artistiek milieu. Hoewel
mijn ouders wel creatief bezig waren.
Voor mijn achttiende kende ik het genre kleinkunst amper. Ik ging
bijna nooit naar theater. Maar via de plaatselijke discotheek leerde
ik onder meer Boudewijn De Goot kennen. Ik voelde mij tot de muziek
aangetrokken en wou daar ook iets mee doen. Zo
groeide ik naar het theater toe. Op mijn achttiende was ik nog niet
klaar om naar de studio Herman Theirlynck te gaan. Mijn ouders vonden
trouwens dat ik eerst een beroep moest leren. Ik ben "Maatschappelijk
werk" gaan studeren in Gent. Achteraf gezien was dat een heel
goede beslissing. Toen ik afstudeerde, was ik eenentwintig en niet
meer zo "bleu".
In de Studio kwam ik dan helemaal tot ontplooiing.
Ik voelde mij daar als een vis in het water. Ik wou eerst musicalster
worden. Nog tijdens mijn opleiding stond ik al in de musical Nonsens,
met Mita Van der Maat. Het werd mijn eerste, maar ook mijn laatste
musical. Ik vond het genre te beperkt.
Hoe kwam je dan
bij het cabaret terecht?
Els: Na mijn studies kwam ik via de Zwarte Komedie in Antwerpen
met cabaret in contact. Met Pieter Van der Smal en Hans Wellens
stond ik in een programma. George Visscher van Mojo-theater Nederland
zag mij bezig en vroeg of ik geen solo-voorstelling wou maken. Zo
begon mijn solo-carrière eigenlijk in
Nederland. Pas nadien brak ik ook in Vlaanderen door. Maar ik blijf
ook nu nog veel in Nederland spelen. In het najaar toer ik daar
met "Lustobject".
Is er een groot
verschil tussen het publiek in Vlaanderen en Nederland?
Els: Absoluut. In Nederland wordt anders gereageerd. Nederlanders
zijn veel uitbundiger, maar ook veel kritischer. Het aanbod aan
cabaret is daar dan ook veel groter dan in Vlaanderen. Je moet een
publiek daar eerst echt overtuigen van je kwaliteiten. Maar als
ze overtuigd zijn, is de trein ook echt vertrokken.
In "Lustobject"
werk je samen met acht topmuzikanten. Dat moet een zware, financiële
druk voor je betekenen?
Els: Ja. Maar die druk neem ik er graag bij. Ik ben het gewoon
om in mijn programma's met andere mensen te werken. En als ik oordeel
dat ik acht muzikanten nodig heb, dan schakel ik die in. De muzikanten
zijn trouwens meer dan decor. Ze worden actief bij de show betrokken
en dikwijls krijgen ze meer applaus dan ikzelf.
Je speelt "Lustobject"
een veertigtal keer. Tien opvoeringen zijn in den Arenberg. Heeft
dit theater een speciale betekenis voor jou?
Els: Zeker. Ik ben hier begonnen. Ik heb hier de vestiaire
gedaan en heb achter de bar gestaan. Als ik in den Arenberg kom
en mijn ex-collega's achter de bar zie, dan voel ik mij nog steeds
een van hen. Maar ik heb de stap naar het theater zelf gezet en
heb het ook daar waargemaakt. Dat geeft telkens weer een gevoel
van voldoening. Ik speel dan ook zeer graag in den Arenbergschouwburg
in Antwerpen. Ik voel mij hier thuis. Je bent hier omgeven door
een hoop toffe mensen, die hun vak verstaan. Den Arenberg is een
theater waar elke cabaretier wil staan.
Je bent niet alleen
een theaterbeest, maar ook een bekend TV-gezicht. Zorgt die combinatie
niet voor verkeerde verwachtingen bij het theaterpubliek en bij
de TV-kijkers?
Els: In begin had ik daar wel wat last van. De theaterdirecteurs
stelden ook vast dat ze plots een heel ander publiek binnenkregen.
Nu is die periode voorbij. Ik heb daar ook aan gewerkt. Als iemand
in het theater een fototoestel bovenhaalde, dan deed ik daar iets
mee. Nu weten de mensen dat Els De Schepper twee verschillende dingen
doet.
Hoe zou je het
verschil tussen theater en televisie zelf beschrijven?
Els: Het zijn twee verschillende disciplines. Theater is
een warm medium, TV een koud. In een warm medium kan men veel meer
van zichzelf laten zien. Er is een rechtstreekse wisselwerking met
het publiek. Men ziet de mensen niet alleen, men voelt ze ook. Bij
TV is alles veel vluchtiger.
Ik wil de twee graag blijven combineren.
Maar ik ga niet beweren dat alle programma's die ik doe echt uit
mijn hart komen. Zo is er een groot verschil tussen spelletjes presenteren
en een programma maken zoals "Plaatgast", waarin ik ook
kan acteren en zingen.
Wat zijn je plannen?
Els: Eerst en vooral toeren met "Lustobject". Maar
ik heb ook al een onderwerp in mijn hoofd voor een volgende programma.
Is één
show om de twee jaar niet te zwaar?
Els : Neen. Door die werkwijze zijn er weinig rustpunten.
Maar ik heb geen schrik om vlug uitgeblust te geraken. Als ik voel
dat ik het tempo niet meer aankan, zal ik mijn manier van werken
wel aanpassen.
Harry De Bock
|