 |
Cabaretier
Begijn Le Bleu gaat met Tante Tiet onder de arm in première
Op 6 oktober 2001 is hij te gast in zijn
geboortestreek Lokeren |
Een tweetal jaar geleden kreeg ik de gelegenheid
om Begijn Le Bleu met zijn "Tante Tiet" ergens in het
Waasland tegen het lijf te lopen. Het werd een prettige ontmoeting.
Toch bleef ik met heel veel vragen achter. Bij zijn première
was het dan ook de hoogste tijd om Begijn op te zoeken, hem om uitleg
te vragen en aan een breder publiek voor te stellen.
Wie
is Begijn Le Bleu?
Begijn: Ik
ben een dertigjarige cabaretier, die in St-Niklaas woont. Geboren
en getogen ben ik echter in Stekene. Een echte Waaslander en daar
ben ik fier op. Als Timothy Begijn ben ik leraar maatschappelijke
vorming, Engels en godsdienst in het HSBS.
Hebben Begijn Le Bleu en Timothy Begijn dezelfde
trekjes en karakters?
Begijn: Timothy Begijn en zijn pseudoniem
zijn twee verschillende personages. Begijn Le Bleu is een fantastische
uitvergroting van mijzelf en mijn omgeving. Hij en zijn typetjes
kunnen meer zeggen en doen dan Timothy. Zo kan hij het hebben over
de godsdienstleraar Emiel die er heel rare gewoonten op nahoudt.
Het is misschien laf om je weg te steken achter een typetje, maar
ik denk dat dat een goed voorbeeld is van de uitvergrotingen waarmee
ik uitpak.
Als je een typetje neerzet; kruip je dan
werkelijk in de huid van die persoon?
Begijn: Eigenlijk wel. Ik ga een
andere taal gebruiken, mijn expressie aanpassen en ook iets anders
aantrekken. De verkleedpartij zorgt ervoor dat ik een soort harnas
aanpas om mijn bedoeling aan het publiek visueel duidelijk te maken.
Daarbij onderga ik een innerlijke transformatie die mij toelaat
in de huid van het typetje te kruipen en te kunnen functioneren.
Door de hulp van mijn coach Alain Pringels, van het NTG, ga ik heel
ver. Ik weet bv. wie Emiel is, wat hij eet en welke sokken hij draagt.
Ik weet hoe hij over de maatschappij denkt. In die zin hebben wij
heel veel improvisatie-oefeningen gedaan. Emiel kan op een podium
staan omdat Emiel in mij zit en ik weet wat hij kan zeggen en doen.
Waarom heb je de hulp van een coach, regisseur
ingeroepen?
Begijn: Ik ben op zoek naar andere
vormen, naar de uitdaging binnen het cabaret. Daarom ging ik te
rade bij Geert Hautekiet en trok ik een coach aan om mijn cabarethuis
een goede en stevige fundering te geven. Alain Pringels zorgde voor
die stevigheid waar ik steen per steen mijn huis kon op bouwen.
Heb je naast Emiel nog andere typetjes
Begijn: Ja zeker ! Vanessa, Rudy,
Begijn Le Bleu zelf. Het zijn allemaal volkse typetjes waarbij ik
mij thuisvoel, die in mijn binnenste leven en waar ik heel veel
kan bij verzinnen. Dit betekent niet dat het elke avond perfect
verloopt maar doordat ik meer optredens doe, leer ik ze steeds beter
kennen. Er groeien nieuwe situaties en er worden mysteries ontdekt
en blootgelegd.
Hoe lang ga je nu al met Tante Tiet op
stap?
Begijn: Eind 1999, begin 2000 heb
ik samen met Alain Pringels mijn teksten bij elkaar gelegd. De embryonale
Tante Tiet werd, na een week repeteren, in een zaaltje van de plaatselijke
toneelvereniging aan het publiek voorgesteld. Na vier optredens
was het voorbij, maar voor mij was dat juist het begin, want ik
voelde een vlam in mij ontsteken. Ik was enorm gemotiveerd en ik
wou in geen enkele omstandigheid dat het na vier optredens ophield.
Ik hou niet van vluchtige zaken en daarom heb ik mij ingeschreven
bij Humorologie in Marke en dat is goed uitgedraaid.
Is Tante Tiet dan steeds in jou aanwezig?
Begijn: (lachend) Ja, ik kan haar
oproepen wanneer ik wil. Het programma is al lang uit zijn embryonaal
stadium. Het huidige programma heeft zelfs niets meer van het startprogramma.
Ik heb heel veel geschrapt en ben zo dichter tot de kern gekomen.
Zo heb ik na Humorologie een week lang aan Rudy gewerkt en gezocht
naar inhoudelijke grappen die iets zeggen over zijn persoon. Mensen
zullen niet snel zeggen dat Rudy een seksist is, maar "Vrouwen
moeten hun muil houden" volgens hem.
Heeft Timothy Begijn dan dezelfde zienswijze
als zijn typetjes?
Begijn: (denkt diep na) Nee, aboluut
niet. Maar ik houd er wel van om dat soort mensen te portretteren.Ik
geef geen moralistische besluiten, bij mij blijft alles open. Iedereen
moet zelf de invulling maken. Natuurlijk zit er altijd het gevaar
in dat de mensen mijn uitspraken aan mijn persoon koppelen en niet
aan het typetje. Ik weet dat daardoor conflicten kunnen ontstaan
en dat mensen zich afvragen of "ik" dat nu gezegd heb.
Heb je zelf problemen met een uitspraak
of typetje
Begijn: In feite wel. Zo heb ik het
zelf moeilijk met Emiel. Maar ja, het is aan de mensen om te oordelen
en er zich een mening over te vormen.
Je vertelde daarnet dat je op zoek bent
naar een vorm van cabaret. Ben je daar uiteindelijk al uit?
Begijn: Ik zoek eigenlijk in alle
richtingen en voel meer en meer de neiging om minder met woorden
te zeggen. Dit wil zeggen dat ik meer en meer naar visuele humor
ga en naar mime evolueer.
Waarom die evolutie?
Begijn: Ik voel dat al die woorden
een zoveelste mening zijn in een brei van informatie. Steeds minder
heb ik de behoefte om het allemaal te willen en te moeten vertellen.
Ik merk bij het publiek een heel mooie vorm van aandacht als ik
iets zonder woorden doe. Dat ik met deze vorm niet naar de grote
zaal kan, trek ik mij helemaal niet aan.
Is dergelijke visie wel financieel haalbaar?
Begijn : Misschien keer ik wel terug
naar de oervorm van het cabaret. Namelijk het bespelen van een publiek
in kleine zaaltjes. In mijn beginperiode wou ik erbij horen. Ik
wou mij koste wat kost manifesteren zoals op het Humorologie-concours.
Het was mijn bedoeling aansluiting te krijgen. Ik heb aansluiting
gevonden, omdat ik die vlam in mij voelde. Nu wil ik artistiek mijn
ding doen. Of dit nu leefbaar is of niet trek ik mij niet aan, omdat
ik onbekommerd naar het ideale streef. Dat is momenteel mijn uitgangspunt
!
Hoe kom je dan bij cabaret?
Begijn: (denkt na) Ik ben met de
grote namen van het Nederlandse cabaret grootgebracht. Mijn vader
is een Nederlander en hij luisterde veel naar Hermans, Sonneveld,
Kan en andere cabaretiers. Zelfs de revues van André Van
Duin waren in huize Begijn welkom. Op een gegeven ogenblik stelde
ik vast "Ik ben daarin geïnteresseerd" en ben naar
optredens gaan kijken. Ik zag de eerste show van Hans Teeuwen en
ik wist het. Dat wil ik ! Ook Geert Hautekiet bewonder ik, ondanks
de volledig andere vorm van cabaret die hij beoefent. Maar hij is
zeer natuurlijk, net zoals hij naast jou in het café staat.
Hij was dan ook mijn eerste aanspreekpunt.
Waar staat cabaret volgens jou voor?
Begijn: Cabaret is humor. Maar er
zijn veel vormen van humor. Op de eerste plaats wil ik mensen laten
lachen, sommige misschien glimlachen. Cabaret is de vierde wand.
"Ik sta 'mijn' zelf te zijn maar dan plotseling ben ik iemand
anders".
Mensen moeten bij jou dus lachen?
Begijn: Inderdaad. Mensen zouden
moeten lachen. Wanneer ze niet lachen, denk ik dat het niet goed
is. Wat weer niet wil zeggen dat men thuis niet over mijn uitspraken
mag nadenken en er iets van onthouden. Zo krijgen Rudy en Emiel
veel reacties. Ik ben ervan overtuigd dat ik met deze twee typetjes
echt schipper tussen "kan dit of kan dit niet".
Wil je verder dan Vlaanderen gaan?
Begijn : Momenteel niet ! Ik geloof
zelfs niet dat ik met mijn typetjes en taal iets in Nederland kan
gaan doen. Ze zijn te streek gebonden. Maar men weet maar nooit.
Ik zal niet altijd met Tante Tiet blijven rondtrekken. Ik hou ook
van improvisatie. Althans ik studeerde improvisatie, zodat ik moeilijk
met mijn mond vol tanden sta.
Heb je na het drama in Amerika, tekstfragmenten
herschreven?
Begijn: Ik wou het eerst wel doen,
maar uiteindelijk heb ik niets veranderd omdat ik met deze media-hetse
niet wil meedoen. Ik heb geen zin om de zoveelste "pipo"
te zijn die er nog een mening bovenop gooit. Het is te gemakkelijk
om daarin mee te lopen.
Hebben je typetjes dan geen mening over
de hele situatie?
Begijn: Zeker. Maar ik heb de laatste
tijd steeds minder zin om de mensen zo maar iets in het gezicht
te gooien. Ik denk dat de mensen door dat drama enorm geschrokken
zijn. Waarom zou ik mijn publiek op hun ontspanningsdag daar dan
nog eens mee confronteren?
Buiten het drama in Amerika, wat doe je
met meningen die bij je typetjes passen. Zoals kidnapping, pedofilie
en noem maar op !
Begijn : Ik wil daar niet de nadruk
op leggen, omdat ik geen polemiek wil opzetten. Ik kies niet voor
politieke grappen of actualiteit. Het hedendaagse leven is op bepaalde
momenten al een grap op zich. Van een grap een grap maken: daar
heb ik geen behoefte aan.
Begijn Le Bleu gaat op 6 oktober 2001 in het
Cultureel Centrum in Lokeren in première. Wie hem samen met
zijn Tante Tiet, Rudy, Vanessa en Emiel wil ontmoeten moet tegen
20u15 naar het Kerkplein 5 in Lokeren.
Reserveren is aanbevolen.
Harry De Bock
|