|
Walter De Buck op de praatstoel
Walter De Buck, de Karel Waeri en de Henri
Van Daele van de jaren '90
Met de CD "Te land en te water" ligt op een goed
jaar tijd de tweede CD van Walter De Buck in de winkels, een reden
om hem in zijn tweede thuis "het beeldhouwerscollectief" te gaan
opzoeken. Walter is altijd een sociaal bewogen man geweest en dit
bewijst hij nu weer dagelijks tussen de beelden en de tekeningen
die jonge mensen maken en daarmee weer een levensdoel hebben.
De vzw Loods 13 kwam er mede door Walters
vriend en kapitein André De Wilde die als directeur van de haven
ook nog oog heeft voor de mens die achter de schepen en vrachten
staat. Voor André De Wilde tellen niet alleen de containers, schepen
en cijfers maar ook de man of vrouw die maanden van huis is of het
mogelijk maakt dat alles vervoerd, gelost en geladen wordt. Walter
is een kind van het water. Geboren aan de oever van de Leie moest
hij als kind kunnen zwemmen, maar Walter draagt ook het bloed van
de zeeman, de avonturier in zich. Daarom werkt hij, samen met zijn
beeldhouwerscollectief, mee aan de bouw van "De Gentse Barge" een
schip dat in een ver verleden tussen Gent en Terneuzen voer en door
paarden werd voortgetrokken. Op de Boomse scheepswerf ligt de romp
te wachten op de afwerking, want Walter wil in drie jaar tijd de
koninklijkebarge realiseren met alles erop en eraan. Het is moeilijk
om Walter op een stoel te krijgen want zijn leerlingen vragen uitleg,
de telefoon rinkelt maar eens hij zit kunnen we hem voor een lange
babbel strikken.
Karel Waeri.
Walter, als vroege bewonderaar van George Brassens, zette met Franse
liedjes zijn eerste stappen in de chansonwereld om daarna met Middelnederlandse
liedjes te gaan optreden. Wannes van de Velde ook een plastisch
kunstenaar was in zijn Antwerpen oude volksliedjes aan het opzoeken
en belandde zo bij het liedboek van Karel Waeri, de Genste volks-
en protestzanger. Wannes ondernam pogingen om deze liedjes in zijn
Antwerps te zingen maar ondervond al vlug dat dit niet kon. Hij
trok naar Walter met de boodschap dat Walter deze liedjes moest
zingen. Walter die al heel zijn leven socialist en sociaal bewogen
was, vond in het repertoire van Waeri zijn repertoire. De inhoud
van Waeri's teksten kwamen overeen met de filosofie van Walter.
Het contact met Wannes, het repertoire van Waeri en de tijdsgeest
waren de aanzet voor de professionele zangcarrière van Walter. Het
duurde dan ook niet lang of Walter begon zelf liedjes te schrijven
en zijn eerste LP lag in '62 in de winkel.
Gentse Feesten.
Tijdens het gesprek benadrukt Walter dat men de opkomst van de chansonniers
moet zien in de mei '68 beweging. De kleinkunst beleefde in die
periode haar opmars en veel kunstenaars voelden zich geroepen om
ook te gaan zingen. In deze tijdsgeest blies Walter de Gentse feesten
nieuw leven in omdat hij ondervond dat zijn publiek bestond uit
de jongeren van de mei '68 periode en de oudere generatie. Deze
twee leeftijdsgroepen gingen niet op reis en bleven in de stad.
Er groeide een verlangen om tijdens de verlofperiode iets muzikaals
te organiseren.
Café Chantant.
Walter met zijn 65 jaar komt uit een tijd dat men thuis en op café
nog veel zong. Het repertoire werd gevoed door Café Chantant melodieën
die vanuit Parijs overwaaiden en waarop de straat-, revue en rolprentzangers
eigen teksten over de actualiteit schreven die ze op "vliegende
blaadjes" voor een kluit verkochten. Het volk lachte, zong mee en
luisterde want deze zangers waren het gesproken dagblad. Ook tijdens
het werk werd er gezongen en zo hadden de schippers ook hun eigen
liederen. Walter kent nog enkele stroofjes en de filosofie achter
deze liedjes maar de meeste teksten zijn verdwenen. Rond 1900 had
men in Gent 27 Café Chantants en zangers en liedjesschrijvers met
veel impakt. Wij noemden al Karel Waeri maar later was er ook Henri
Van Daele. Walter De Buck is in feite de opvolger van deze twee
sociaal bewogen artiesten die door hun liedjes de werkman bewuster
maakten. Walter zijn teksten leunen zeer goed aan bij de zienswijze
van deze twee merkwaardige Gentse figuren.
Henri Van Daele
Henri Van Daele was een chansonnier, Café Chantantzanger die rond
1900 bij het opkomen van het socialisme zeer populair was. Hij trad
een beetje in de voetsporen van Karel Waeri die het in zijn liedjes
steeds opnam voor de werkende klasse. Door Anseele, de voorzitter
van "de sociale" was Henri Van Daele voor het volk revues en volkstoneel
gaan schrijven. Toch bleef Henri door de liefde voor het chanson
in zijn stukken liedjes verwerken. "De visserkes van Astene" is
een lied dat uit één van de toneelstukken van Van Daele komt en
waarop Walter en Clee van Herzeele nieuwe muziek schreven. De meest
gekende nummers van Van Daele zijn "De sterkste man van Gent" en
"Georgetje" nummers die ook op het repertoire van Walter staan.
Walter benadrukt dat in die periode alle kunst zoals het toneel
in het Frans gespeeld werd en er voor het volk maar weinig culturele
onspanning bestond. Juist door de socialist Henri Van Daele en de
Vlaamse Beweging is het Vlaams toneel ontstaan.
Het sociale protestlied
Waeri, Van Daele en De Buck, alle drie hebben ze hetzelfde gemeen,
ze zijn socialist, sociaal bewogen en zingen protestliederen. Walter
kan niet van zijn geestelijke vaders losgekoppeld worden. Hopelijk
staat er een vierde chansonnier op die het werk en het repertoire
verder uitbouwt en in de geest van deze schrijvers, componisten
en zangers liedjes maakt eigen aan de maatschappij en tijd waarin
er geleefd wordt. Dat de chansonniers alleen maar onder de socialisten
te vinden waren, wordt door Walter tegengesproken. Hij vertelt over
het werk van pastoor Paul Speeckaert die een goede chansonnier was
en als tegenhanger van Van Daele in de katholieke kringen en patronages
speelde. Zijn meest bekende nummer was "Het liedje van de Muiden".
De liberalen hadden Napoleon Destelbergh. Te land en te water. De
nieuwste CD van Walter De Buck bevat allemaal schippersliedjes,
het zijn geen shanty's maar poëzietjes die over wal en schip gaan.
Walter laat zich door allerhande zaken inspireren en het zijn gewoonlijk
niemmendalletjes die geleidelijk groeien tot het lied er is. Walter
koesterde al lang plannen om een CD met dergelijke liedjes uit te
geven. André De Wilde en Nico Mertens van Parcifal gaven het duwtje
met als gevolg dat reeds meer dan 1200 CD's verkocht werden.
Opvolger.
Als slot van ons gesprek vroeg ik of Walter aan opvolging dacht.
Hij moet ontkennend antwoorden maar wil dit overlaten aan de tijd.
Walter is een doener, hij creëert en leeft voor zijn kunst. De inspiratie
zoekt hij bij wat hij dagelijks doet. De werkzaamheden in het atelier
gaan verder, er wordt gekapt en geboetseerd. Walter voelt zich hier
thuis en dank zij zijn scheppingskracht kreeg dit project vaste
grond.
Harry De Bock
|