Untitled Document

home | info | login | help | zoek | mail

KKunst.com Internettijdschrift over Nederlandstalige podiumkunsten.




We moeten vechten tegen de vervlakking.
Theaterdirecteur Frank Verhallen krijgt het woord.

Frank Verhallen is zakelijk en artistiek leider van het Koningstheater in Den Bosch (Nl.). Als ex-recensent bij "Trouw", als directeur van de Koningstheateracademie en als auteur van "De Nederlandse Cabaretbijbel van 1970 tot 1995" volgt hij de evolutie binnen de Nederlandse cabaretwereld al vele jaren. Ter gelegenheid van het nieuwe millennium wandelen Frank Verhallen en KKUNST hand in hand door het Nederlandse cabaretlandschap.

Hoe reageerden de artiesten toen je het recensentenwerk ruilde voor de post van directeur in een theater?

Frank : Ik ben van de ene dag op de andere een andere pet beginnen dragen. Vroeger beoordeelde ik. Nu laat ik het publiek oordelen. Ik kies wel nog de programma's voor ons publiek. Het recenseren heeft mij de mogelijkheid gegeven om de cabaretwereld goed te leren kennen. Ik heb ontzettend veel producties en artiesten gezien. Ik heb het cabaret ook zien evolueren en heb een eigen visie opgebouwd. Dat komt mij als artistiek leider en als verantwoordelijke voor de programmatie bij het Koningstheater goed van pas. Niet alle artiesten zagen mij graag directeur worden. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik bewezen heb objectief te zijn. Velen hebben hun afwachtende en wantrouwige houding laten varen. Nu komen ze zelfs raad vragen.

Het Koningstheater vult blijkbaar een leemte in Den Bosch?

Frank : Ja. In Den Bosch was vijf jaar geleden geen zaal met 225 plaatsen, waar cabaretiers en chansonniers konden optreden. Toen onze school haar intrek nam in deze oude kazerne en dit theater beschikbaar werd, heb ik, als leraar Nederlands en als cabaret-recensent, niet gewacht om met voorstellen naar de directie te stappen. Youp van 't Hek, mijn goede vriend, heeft mijn project onmiddellijk gesteund.

Hoe wordt de programmatie bepaald?

Frank : Ik kies alleen artiesten en programma's waar ik honderd procent achter sta. We proberen een mix te brengen van bekende namen en jonge talenten. We programmeren geregeld Vlamingen. En zelfs echte beginners, zoals de kandidaten van het Amsterdams Kleinkunst Festival, krijgen hier een kans.

We beperken ons ook niet tot cabaret. We hebben ook aandacht voor chanson en wereldmuziek.

Hecht je, als ex-recensent, meer belang aan recensies dan andere theaterdirecteurs? In je brochure staan in elk geval opvallend veel citaten.

Frank : Ik hecht vooral belang aan de mening van sommige recensenten. Ik neem graag citaten van Henk Van Gelder of Patrick Van Den Haenenberg, omdat die mensen weten waarover ze schrijven. Ik heb heel veel moeite met recensenten die het genre niet echt kennen.

Bovendien gebruik ik graag citaten in de brochure omdat zoiets gemakkelijk leest. En dat maakt zo'n brochure aantrekkelijk.

Hoe machtig is een recensent in Nederland?

Frank : In Nederland worden de recensenten van landelijke dagbladen door het publiek als deskundigen beschouwd. Hun aanwezigheid veroorzaakt extra spanning. De meeste zangers en cabaretiers hechten veel waarde aan de recensies in landelijke kranten en willen graag rekening houden met de bemerkingen. Maar het is hier nog niet zo erg als in Amerika, waar een recensent een productie kan doen floppen.

Je bent niet alleen directeur van het theater. Enkele jaren geleden startte je ook een kleinkunstacademie?

Frank :Wij noemen het de kleinkunstacademie van het zuiden. We willen jongeren van achttien tot dertig jaar opleiden tot professionele theatermakers.
De academie is er niet zomaar gekomen. Er was bij de jongeren heel veel vraag naar een kleinkunstopleiding. Naast de musicalopleiding in Tilburg bestond er niets in deze buurt. Daarom hebben mijn echtgenote (Anita Uitde Haag - docent musicalopleiding en regisseur/acteurcoach aan de Tilburgse musicalopleiding MusicAll-Factory, kkunst) en ik beslist om een kleinkunstopleiding op te starten binnen ons theater.

Je spreekt over kleinkunst en niet over cabaret. Is dat bewust?

Frank : Ik gebruik "kleinkunst" omdat ik vind dat cabaret een onderdeel van de kleinkunst is. Onze opleiding gaat veel verder dan cabaret. Iemand die wil acteren, die wil zingen of die muziektheater wil maken, kan ook in onze academie terecht. Wij selecteren de leerlingen op basis van audities. Voorkennis is niet noodzakelijk. Talent wel. Als kandidaten ons niet kunnen overtuigen, dan geven we hen de raad eerst een muziek- of acteercursus te volgen en nadien terug te komen. Aan het einde van de rit willen we echte vakmensen afleveren.

Jullie zijn blijkbaar erg streng?

Frank : "Talent" kunnen wij niet maken. Daarmee wordt iemand geboren. Mijn echtgenote zat bij voorbeeld met Hans Teeuwen in de klas. Iedereen wist dat hij niet echt schools was. Maar het was voor iedereen ook duidelijk dat hij voor het theater geboren was.
Wij hebben nu ook elementen die nooit op tijd komen, die nooit af hebben wat ze moeten maken. Maar als diezelfde elementen op het podium kruipen, dan denk je "wauw". Het voordeel van onze opleiding is dat we niet vast zitten aan een schools programma. Onze leerlingen komen momenteel uit heel Nederland. De Koningstheateracademie is een deeltijdse opleiding; Onze leerlingen hebben zo de mogelijkheid de opleiding te combineren met werk, conservatorium,...

Is er een nauwe band tussen de academie en het theater?

Frank : Natuurlijk. Dat we een eigen theater hebben, is een van onze grote troeven. Onze leerlingen moeten minstens 45 voorstellingen per jaar volgen. Ze kunnen dat hier gratis doen. Er zijn hier leerlingen die jaarlijks tachtig à negentig voorstellingen bijwonen. Zo kunnen ze het genre ten volle leren ontdekken en stilaan een eigen stijl ontwikkelen. Daarbij komt nog dat wij aan de grote namen, zoals Youp van 't Hek of Kommil Foo, vragen om voor of na hun optredens gastcolleges te geven.

Hebben er zich al leerlingen uit Vlaanderen aangemeld?

Frank : Neen, nog niet. Maar, ze zijn welkom. Misschien is de drempel voor Vlamingen nog te hoog. Of misschien kennen ze onze opleiding niet. Wij hebben nochtans goede contacten met Stef Bos, die onze opleiding kent en ondersteunt.

Ben je al heel je leven door kleinkunst en cabaret bezeten?

Frank : Ik heb van mijn hobby mijn beroep mogen maken. Sinds mijn achtste volg ik gitaarles. Al snel begon ik liedjes te schrijven en begon ik op te treden. Ondertussen kocht ik heel veel platen, want ik wou horen wat anderen creëerden. Op mijn vijftiende had ik al heel wat opnames en was ik al een vaste klant in het theater. Natuurlijk nog niet zo extreem als nu. Tegenwoordig spendeer ik maandelijks ruim 350 uur in mijn theater.

Maar je weet dus wat het betekent om op de planken te staan?

Frank : Ja, ook al heb ik niet lang zelf opgetreden. Omdat ik veel platen beluisterde, stelde ik al snel vast dat veel anderen heel wat beter waren dan ik. Bovendien had ik er een hekel aan om voor weinig toeschouwers te spelen. En als er na de pauze enkele toeschouwers weggingen, werd ik altijd zeer ongelukkig. Dus gaf ik die carrière maar op.

Toeschouwers die zomaar weglopen uit de zaal. Hoe durven ze?

Frank : In Nederland heeft men het veel moeilijker met normen en waarden dan in België. In Nederland heerst "de vrijstaat". Als wij in het Koningstheater jongeren binnenhalen, dan krijgen ze van mij ook een reglement met onze theatergewoontes. Daarin staat onder meer dat er in de zaal en tijdens de voorstellingen niet gegeten wordt en dat iedereen moet blijven zitten. Zo willen we de jeugd naast wat culturele bagage ook wat extra opvoeding meegeven.

Je bent iemand die de evolutie van het cabaretwereldje van nabij volgt. Wat valt je de jongste jaren op?

Frank : Wat mij opvalt is dat er momenteel een overproductie is aan cabaretartiesten. En veel van die nieuwe artiesten zijn niet meer bezig met "Wat doe ik op een podium en ben ik de moeite waard" maar met "Hoe kan ik mij zo goed mogelijk positioneren in de markt". Cabaret is een commercie geworden, een goedverkopend product. Sommige artiesten kruipen dan ook niet op het podium omdat ze iets te vertellen hebben. Ze vertellen iets op het podium om geld te verdienen.

Je klinkt pessimistisch?

Frank : Geloof mij: het gaat niet zo goed met het cabaret in Nederland. Er zijn mooie dingen gebeurd en daardoor voelen veel potentiële artiesten zich tot het cabaret aangetrokken. Maar dat leidt tot vervlakking, waardoor het genre geleidelijk aan instort. Wij hebben dat in het verleden al een drietal keer meegemaakt. Velen denken nu dat ze de nieuwe Youp of Freek kunnen worden. Het gevolg is dat de markt dichtslibt. Er komt een overvloed aan cabaretiers, de kwaliteit daalt en het genre stort in. We moeten vechten tegen die vervlakking.

De vlag "cabaret" lijkt ondertussen ook steeds meer ladingen te dekken?

Frank : Voor velen heeft cabaret niets meer te maken met de kunstvorm die het eigenlijk was. Voor jongeren kan alles cabaret zijn: Je gaat op het podium staan, je maakt grappen en je bent een cabaretier. Voor veel theatermakers is de term "cabaret" gewoon een verkoopsargument geworden. Ook ik bezondig mij daaraan. Ik spreek in onze brochure bij voorbeeld van "cabarock". De term "cabaret" is erg vervuild geraakt. Zelf vind ik de definitie van Wim Ibo nog steeds de beste: "Cabaret is een kunstvorm die literair-muzikaal moet zijn in een intieme omgeving voor een ontwikkeld publiek".

Wij moeten zeker niet meer naar de rokerige kroegen voor het literair cabaret à la Aristide Bruant. Onlangs waren Jasperina de Jong en Louis Van Dijk hier. Wij hebben met 200 mensen, intiem dus, zitten genieten. Hans Teeuwen hier zien, is een heel andere belevenis dan Teeuwen in een grote zaal.

En ondertussen neemt ook het aantal cabaretfestivals nog steeds toe?

Frank : Ik denk dat we de limiet wel hebben bereikt. Vier is een aardig getal, maar het zou daarbij moeten blijven. Ook al ben ik ervan overtuigd dat die festivals hun nut hebben. Voor jonge cabaretiers kunnen ze de doorbraak betekenen. Theo Maassen is na zo'n overwinning bij voorbeeld echt doorgebroken.

Wat is de essentie van een cabaretfestival: goede kandidaten of een goede jury?

Frank: Volgens mij is de kwaliteit van een jury van cruciaal belang. Een deskundige jury kiest de beste kandidaat en ziet de kwaliteiten en de gebreken van de kandidaten. Maar ik moet vaststellen dat de jury's niet altijd even deskundig zijn.

We hebben enkele jaren geleden met Harry Kies besproken of het niet beter zou zijn elk jaar maar één cabaretfestival te organiseren en telkens een vaste, deskundige jury te laten oordelen. Maar ja, er spelen zoveel belangen mee.

Het valt ons op dat Vlamingen de jongste jaren steevast uit de boot vallen tijdens de cabaretfestivals. Is dat te wijten aan een gebrek aan talent?

Frank : Ik geloof dat Vlamingen meer theatermakers, dan echte cabaretiers zijn. Eef en Co, die een echt Nederlandse stijl hanteren, vormen een uitzondering. De meeste Vlamingen die ik heb gezien, maken mooi visueel en thematisch theater, waarbij de vorm belangrijk is. Maar daarmee scoort men niet gemakkelijk bij een groot (Nederlands) publiek. Grappen doen het veel beter. En de meeste Nederlandse cabaretiers hebben dat begrepen. Wie echt een mening wil verkondigen, en niet in de eerste plaats voor "humor" kiest, valt in Nederland uit de boot. Het publiek wil lachen. Ik heb het gevoel dat de Vlamingen voor het Nederlandse publiek te veel "iets" willen zeggen.

De Nederlandse talenten hebben het dan weer moeilijk om stand te houden.

Frank: Dat is een ander probleem. De zakelijke leiders moeten hun talenten niet alleen verkopen, maar ook beschermen. Nu heeft iedereen bij voorbeeld de mond vol van Mark Marie Huybreghts. Maar zal die jongen naast alle "zakelijke" verplichtingen die hij moet vervullen wel genoeg tijd hebben om nog aan zijn programma's te werken. Maar ik begrijp natuurlijk wel hoe groot de financiële verleiding is van al die schnabbels.

Youp van 't Hek heeft mijn gevoel mooi verwoord: "De banketbakker wordt geïnterviewd en uitgenodigd omdat hij zo lekker brood bakt. Maar door gebrek aan tijd vergeet hij nog goed brood te bakken."

Hoe sta je tegenover stand-up?

Frank : Ik vind stand-up een heel goede trainingsvorm. Artiesten kunnen dankzij dat genre alert leren reageren en ze kunnen experimenteren met allerlei improvisatietechnieken. Het is ook een fantastische, kleine theatervorm. ik noem het soms "de 100 meter sprint van het cabaret". Ik merk trouwens dat veel goede cabaretiers stand-up elementen verwerken in hun theaterprogramma. Maar een avond waarop tien stand-up comedians elk tien minuten komen vullen, is voor mij zeker geen cabaretavond.

Staat het werk van stand-up comedians niet dichter bij het oorspronkelijke cabaret dan het werk van sommige moderne "cabaretiers"?

Frank : Neen, dat geloof ik niet. Neem nu een stand-up comedian bij Toomler in Amsterdam. Die man kruipt tien minuten op het podium en doet er alles aan om daar te overleven. Daarom brengt hij items die het publiek aanspreken. Hij zal zijn smaak aanpassen aan de smaak van het publiek. Dat maakt het genre ook zo moeilijk. Daardoor ziet men er velen op hun bek gaan. Een cabaretier in het theater werkt anders. Het is hem er niet alleen om te doen het publiek te doen lachen. Wat hij wil overbrengen is: "Ik voel mij kunstenaar; ik wil op het podium laten zien wat ik te vertellen heb en hopelijk spreekt dat het publiek aan."

 

Zo besluiten wij ons lange gesprek met een man die het theater in zijn hart draagt.

 

Harry De Bock
06-01-01

 


Lees Meer

Koningstheateracademie

Uw Mening

[bespreking@kkunst.com]



KKunst.com
nieuws
 
Warning: include() [function.include]: URL file-access is disabled in the server configuration in /home/kkunstc/public_html/infoblok.php on line 18

Warning: include(http://www.kkunst.com/nieuws.php) [function.include]: failed to open stream: no suitable wrapper could be found in /home/kkunstc/public_html/infoblok.php on line 18

Warning: include() [function.include]: Failed opening 'http://www.kkunst.com/nieuws.php' for inclusion (include_path='.:/usr/lib/php:/usr/local/lib/php') in /home/kkunstc/public_html/infoblok.php on line 18
 


doorzoek kkunst.com
doorzoek WWW