|
Vroege Vogel
Nieuwe en oude verzen van Ivo de Wijs
Toen Ivo de Wijs einde 1985 begon als presentator
van het Vara-radioprogramma "Vroege Vogels" besliste hij om het
programma te voorzien van poëzie. Samen met Letty Kosterman, Inge
Diepman of Margreet Reijntjes las hij elke zondagmorgen een vers
van eigen makelij. In de loop der jaren werden die uitgebracht in
zeven bundels. In "Vroege Vogel" maakt Ivo De Wijs daaruit een eigen
selectie.
De
"Vroege Vogels Verzen" van taalvirtuoos Ivo De Wijs kennen zo'n
succes dat de zeven bundels al lang zijn uitverkocht. Maar er blijft
vraag naar. Daarom vroeg uitgeverij Nijgh & Van Ditmar Ivo De Wijs
om een nieuwe bundel samen te stellen, een bloemlezing met "the
best" uit de zeven vorige bundels.
"Vroege Vogel", zoals de nieuwe bloemlezing
heet, ligt al een tijdje in de winkel. Maar het mooi uitgegeven
boek is waardevol genoeg om er even op terug te komen. Het is immers
meer dan een selectie van verzen uit de zeven vroegere bundels.
Ivo De Wijs heeft er ook nog een reeks nieuwe verzen aan toegevoegd.
Hij schreef die de voorbije drie jaar en ze werden nooit eerder
in boekvorm uitgegeven.
De teksten staan niet lukraak door elkaar.
Ivo De Wijs wilde dat ze gegroepeerd bleven per vroeger uitgegeven
bundel. Maar dan wel in omgekeerde volgorde. Eerst komen de verzen
uit "Nieuwe verzen" uit de periode 1996-1998. Dan is het achtereenvolgens
de beurt aan die uit "Zondagmorgenverzen" uit 1996, "Vroege Vogels'
radioverzen" uit 1994, "Vroege Vogels Vijf" uit 1992, "Vroege Vogels
Vliegen" uit 1990, "Vroege Vogels Vlinders" uit 1989, "Vroege Vogels
Vogels" uit 1988 en "Vroege Vogels Verzen" uit 1987. Het nieuwe
boek bevat in totaal 166 verzen en gedichtjes.
Ivo De Wijs is net als Drs. P een meester-rijmelaar.
Hij heeft maar enkele woorden of regels nodig om een situatie perfect
te schetsen. Bovendien kan hij als geen ander gedichten vertalen
of bewerken.
"Vroege vogel" bevat naast een alfabetisch
register ook interessante achtergrondinformatie over het ontstaan
en het waarom van sommige verzen.
Harry De Bock
|